Alvleesklierkanker: oorzaken, symptomen en behandeling

Medische disclaimer: De informatie op deze pagina is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde arts of specialist bij vragen over uw gezondheid of een mogelijke diagnose.

Alvleesklierkanker, ook wel pancreascarcinoom genoemd, is een ernstige en helaas vaak laat ontdekte vorm van kanker. De alvleesklier is een orgaan dat een belangrijke rol speelt bij de spijsvertering en de regulatie van de bloedsuikerspiegel. Wanneer kankercellen zich in dit orgaan ontwikkelen, kan dat grote gevolgen hebben voor de algehele gezondheid. In dit artikel leest u meer over de oorzaken, symptomen, diagnose en behandelingsmogelijkheden van alvleesklierkanker.

Wat is alvleesklierkanker?

Alvleesklierkanker ontstaat wanneer cellen in de alvleesklier ongecontroleerd beginnen te groeien en zich vermenigvuldigen. De alvleesklier ligt achter de maag, diep in de buikholte, en bestaat uit twee soorten weefsel: exocriene cellen, die spijsverteringsenzymen aanmaken, en endocriene cellen, die hormonen zoals insuline produceren. Het overgrote deel van de alvleeskliertumoren, ongeveer 95 procent, begint in de exocriene cellen. Dit type staat bekend als een pancreasadenocarcinoom.

Alvleesklierkanker is een van de meest agressieve vormen van kanker, deels omdat het in een vroeg stadium zelden of geen klachten veroorzaakt. Hierdoor wordt de ziekte vaak pas ontdekt wanneer de tumor al verder is doorgegroeid of uitgezaaid naar andere organen. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 3.000 tot 3.500 mensen de diagnose alvleesklierkanker.

Oorzaken en risicofactoren

De exacte oorzaak van alvleesklierkanker is niet altijd duidelijk, maar er zijn verschillende factoren die het risico op de ziekte kunnen verhogen. Roken is een van de bekendste risicofactoren: rokers hebben een twee tot drie keer hogere kans op het ontwikkelen van alvleesklierkanker dan niet-rokers. Ook overgewicht, een ongezond voedingspatroon en weinig lichaamsbeweging worden in verband gebracht met een verhoogd risico.

Diabetes type 2 is eveneens een risicofactor, hoewel de relatie complex is. Enerzijds vergroot diabetes het risico op alvleesklierkanker, anderzijds kan de kanker zelf diabetes veroorzaken als de hormoonproducerende cellen zijn aangetast. Chronische ontsteking van de alvleesklier, ook wel chronische pancreatitis genaamd, verhoogt het risico eveneens aanzienlijk.

Erfelijkheid speelt in een klein percentage van de gevallen een rol. Mensen met familieleden die alvleesklierkanker hebben gehad, lopen een iets groter risico. Er zijn ook specifieke erfelijke syndromen, zoals BRCA2-genmutaties of het Lynch-syndroom, die het risico kunnen verhogen. Leeftijd is ook een factor: de meeste patiënten zijn ouder dan 60 jaar ten tijde van de diagnose.

Symptomen van alvleesklierkanker

Een van de moeilijkste aspecten van alvleesklierkanker is dat het in een vroeg stadium vrijwel geen symptomen geeft. Wanneer er klachten optreden, zijn deze vaak vaag en kunnen ze lijken op aandoeningen van andere organen. Veelvoorkomende symptomen zijn pijn in de bovenbuik of rug, geelzucht (gele verkleuring van huid en oogwit), onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid en ontkleurde ontlasting of donkere urine.

Geelzucht treedt op wanneer de tumor de galgang blokkeert, waardoor gal zich ophoopt in het bloed. Dit symptoom is soms het eerste duidelijke teken dat er iets mis is. Pijn in de rug of buik kan wijzen op doorgroei van de tumor naar omliggende weefsels of zenuwen. Omdat al deze symptomen ook bij andere, minder ernstige aandoeningen kunnen voorkomen, is het stellen van de juiste diagnose niet eenvoudig.

Diagnose en behandeling

Om alvleesklierkanker vast te stellen, maakt de arts gebruik van verschillende onderzoeken. Een echografie of CT-scan van de buik geeft beeldvorming van de alvleesklier en omliggende structuren. Een MRI-scan of PET-scan kan worden ingezet om te bekijken of de tumor is uitgezaaid. In veel gevallen wordt ook een ERCP (endoscopische retrograde cholangiopancreatografie) uitgevoerd, waarbij via een slokdarmcamera de galwegen en alvleeskliergang worden bekeken. Een biopsie, waarbij een klein stukje weefsel wordt onderzocht, is nodig om de diagnose definitief te bevestigen.

De behandeling van alvleesklierkanker hangt af van het stadium van de ziekte en de algehele gezondheid van de patiënt. Wanneer de tumor beperkt is tot de alvleesklier en nog niet is uitgezaaid, kan een operatie worden overwogen. De bekendste ingreep is de Whipple-operatie (pancreatoduodenectomie), waarbij een deel van de alvleesklier, de twaalfvingerige darm, de galgang en soms een deel van de maag worden verwijderd. Dit is een ingrijpende operatie die alleen in gespecialiseerde ziekenhuizen wordt uitgevoerd.

Wanneer een operatie niet mogelijk is, worden chemotherapie, radiotherapie of een combinatie van beide ingezet om de ziekte te remmen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Palliatieve zorg speelt een essentiële rol bij het verlichten van klachten en het ondersteunen van de patiënt en zijn of haar naasten. Wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe behandelingsmethoden, zoals immunotherapie en gerichte therapieën, is volop gaande.

Prognose en leven met alvleesklierkanker