Medische disclaimer: deze informatie vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd een arts bij gezondheidsklachten.

Insuline soorten bij diabetes type 1

Er zijn meerdere soorten insuline voor diabetes type 1, elk met een ander werkingsprofiel. De keuze hangt af van je behandelschema, leefstijl en glucosepatroon. Inzicht in de soorten helpt je behandeling begrijpen.

Ultrakortwerkend insuline (maaltijdinsuline)

NaamWerkzame stofBeginPiekDuur
NovorapidAspart10–20 min1–3 uur3–5 uur
HumalogLispro10–15 min1–2 uur3–5 uur
ApidraGlulisine10–20 min1–2 uur3–4 uur
FiaspFaster aspart2–4 min1 uur3–5 uur

Injecteer direct voor of na de maaltijd. Dosis berekend op koolhydraten.

Langwerkend insuline (basaalinsuline)

NaamWerkzame stofDuurPiek
LantusGlargine U100~24 uurVrijwel piekvrij
ToujeoGlargine U300~36 uurPiekvrij
LevemirDetemir16–24 uurLichte piek
TresibaDegludec>42 uurPiekvrij

Eén of twee keer per dag op vaste tijd. Tresiba biedt meeste flexibiliteit qua toedieningstijdstip.

Pompinsuline

Bij een insulinepomp altijd ultrakortwerkend insuline:

  • Novorapid of Fiasp meest gebruikt
  • Continue basaalstroom + bolus
  • Geen langwerkend insuline nodig
  • Infuusset elke 2–3 dagen vervangen

Bewaren van insuline

  • Ongeopend: koelkast 2–8°C, niet invriezen
  • In gebruik: kamertemperatuur <28°C, max. 4 weken
  • Zomer/reizen: koeltas of insulin cooling case
  • Nooit in direct zonlicht of in een warme auto

Insuline-pennen en naalden

  • Pennen: KwikPen (Lilly), FlexPen/FlexTouch (Novo Nordisk), SoloStar (Sanofi)
  • Naalden: 4–6mm voor de meeste mensen, 29–32G
  • Eenmalig gebruik — ook bij pennen!
  • Wissel regelmatig van prikplaats (rotatie)

Veelgestelde vragen

Welk insuline is het beste?

Geen universeel beste insuline. Je specialist kiest op basis van jouw schema, leefstijl en glucosepatroon.

Kan ik wisselen van insuline?

Alleen in overleg met je arts. Verschillende insulines hebben andere profielen en een wissel vereist dosisoaanpassing.

Pijn bij injectie verminderen?

Injecteer op kamertemperatuur, gebruik korte dunne naalden (4–6mm), roteer prikplaatsen, ontspan de spier.

Gerelateerde informatie

Laatst bijgewerkt: