Insuline en de Alvleesklier

De alvleesklier (pancreas) is het orgaan dat insuline aanmaakt. Dit hormoon is essentieel voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel.

Bètacellen produceren insuline

In de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier bevinden zich de bètacellen. Deze cellen meten de glucoseconcentratie in het bloed en scheiden insuline af wanneer de bloedsuiker stijgt, bijvoorbeeld na een maaltijd.

Insuline en diabetes

Bij diabetes type 2 werkt insuline minder goed (insulineresistentie). GLP-1 medicijnen zoals Ozempic versterken de insulineafgifte op een glucoseafhankelijke manier.

Insuline en pancreatitis

Een beschadigde alvleesklier door pancreatitis kan minder insuline aanmaken, wat leidt tot diabetes type 3c.

Zie ook

Hoe werkt insuline precies?

Insuline is een eiwithormoon dat bestaat uit 51 aminozuren. Het wordt aangemaakt in de bètacellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Wanneer de bloedsuikerspiegel stijgt — bijvoorbeeld na een maaltijd — geven de bètacellen insuline af aan het bloed. Insuline functioneert als een 'sleutel': het opent de deuren van lichaamscellen zodat glucose naar binnen kan stromen en als energie kan worden gebruikt.

Insulineresistentie en diabetes type 2

Bij insulineresistentie reageren de cellen minder goed op insuline. De alvleesklier compenseert dit aanvankelijk door meer insuline aan te maken. Uiteindelijk raken de bètacellen uitgeput en kan er niet meer voldoende insuline worden geproduceerd. Dit is het mechanisme achter diabetes type 2.

Risicofactoren voor insulineresistentie zijn:

De rol van GLP-1 bij insulineafgifte

GLP-1 (glucagon-like peptide-1) is een hormoon dat in de darmen wordt aangemaakt na het eten. Het stimuleert de bètacellen van de alvleesklier om insuline af te geven — maar alleen als de bloedsuiker daadwerkelijk verhoogd is. Dit maakt het mechanisme glucoseafhankelijk en veel veiliger dan traditionele insulinesecretagogen (zoals sulfonylureumpreparaten) die kunnen leiden tot hypoglykemie.

GLP-1 medicijnen zoals Ozempic (semaglutide) en Mounjaro (tirzepatide) bootsen dit hormoon na en versterken de insulineafgifte op een veilige, fysiologische manier.

Diabetes type 3c: insuline na pancreasschade

Wanneer de alvleesklier beschadigd raakt door pancreatitis, chirurgie of alvleesklierkanker, kunnen de bètacellen verloren gaan. Dit leidt tot diabetes type 3c, ook wel pancreatogene diabetes genoemd. Dit type diabetes:

Insulinesoorten en -therapieën

Er bestaan verschillende soorten insuline, onderverdeeld naar werkingsduur:

TypeWerkingsduurVoorbeelden
Ultrakortwerkend3-5 uurNovorapid, Humalog
Kortwerkend6-8 uurActrapid, Humuline R
Middellangwerkend12-18 uurInsulatard
Langwerkend24+ uurLantus, Levemir, Tresiba
PremixinsulineCombinatieNovomix 30

Insuline en de alvleesklier: een tweezijdige relatie

De relatie tussen insuline en de alvleesklier is complex. Enerzijds maakt de alvleesklier insuline aan in de bètacellen. Anderzijds kan overmatige insulinestimulatie — zoals bij chronische overvoeding — de alvleesklier belasten. Insulineresistentie gaat bovendien vaak samen met verhoogde triglyceriden in het bloed, wat een risicofactor is voor acute pancreatitis.

Meten van insulinegevoeligheid

De insulinegevoeligheid kan worden ingeschat via:

Veelgestelde vragen over insuline en de alvleesklier

Kan de alvleesklier stoppen met insuline aanmaken?
Ja. Bij ernstige pancreatitis, chirurgie of alvleesklierkanker kunnen de bètacellen verloren gaan, wat leidt tot diabetes type 3c en afhankelijkheid van insuline-injecties.
Is insuline hetzelfde als een GLP-1 medicijn?
Nee. Insuline verlaagt rechtstreeks de bloedsuiker. GLP-1 medicijnen stimuleren de eigen insulineproductie van de alvleesklier op een glucoseafhankelijke manier.
Wat zijn symptomen van hypoglykemie?
Trillen, zweten, hartkloppingen, duizeligheid en hongergevoel. Bij ernstige hypoglykemie kan bewustzijnsverlies optreden.
Hoe meet je de eigen insulineproductie?
Via een C-peptide bloedtest. C-peptide is een bijproduct van insulineproductie en geeft aan hoeveel insuline de alvleesklier zelf aanmaakt.
Wat is het verband tussen pancreatitis en diabetes?
Chronische pancreatitis beschadigt de bètacellen. Naar schatting 25-80% van de patiënten met chronische pancreatitis ontwikkelt diabetes type 3c.

Bronnen en referenties

Insuline en voeding: wat eet u het beste?

Voeding heeft een directe invloed op de insulineafgifte. Koolhydraten laten de bloedsuiker het sterkst stijgen, gevolgd door eiwitten; vetten hebben het kleinste effect. Bij insulinebehoefte wordt aanbevolen:

Patiënten die insuline injecteren, leren vaak koolhydraten tellen: per 10-15 gram koolhydraten wordt een bepaalde eenheid insuline ingespoten. Dit heet insulinetherapie op basis van koolhydraatratio.

Lichaamsbeweging en insulinegevoeligheid

Regelmatige lichaamsbeweging is een van de meest effectieve manieren om de insulinegevoeligheid te verbeteren. Tijdens en na inspanning nemen spieren glucose op, onafhankelijk van insuline. Dit verklaart waarom sporters minder insuline nodig hebben dan mensen met een zittend leven. Aanbevelingen voor mensen met insulineresistentie of diabetes:

Nieuwe ontwikkelingen in insulinetherapie

De insulinetherapie is de laatste jaren sterk verbeterd. Insulineanalogen hebben een beter en voorspelbaarder werkingsprofiel dan de klassieke humane insulines. Technologische innovaties omvatten:

Deze technologieën verbeteren de kwaliteit van leven en bloedsuikercontrole van mensen die afhankelijk zijn van insuline.

Samenvatting: insuline en de alvleesklier

Insuline is het cruciale hormoon dat wordt aangemaakt in de bètacellen van de alvleesklier en glucose de lichaamscellen binnenloodst. Bij insulineresistentie — het gevolg van overgewicht, inactiviteit en erfelijke aanleg — werkt dit systeem minder goed. De alvleesklier compenseert aanvankelijk door meer insuline te produceren, maar op den duur raken de bètacellen uitgeput.

Wanneer de alvleesklier door ziekte, chirurgie of ontsteking beschadigd raakt, kan dit leiden tot diabetes type 3c — een onderschatte en bijzondere vorm van diabetes die andere behandeling vraagt dan type 1 of type 2. Insulinetherapie, enzymsuppletie en nauwe samenwerking tussen MDL-arts, internist en diëtist zijn dan essentieel.

De nieuwste GLP-1 medicijnen — zoals semaglutide (Ozempic/Wegovy) en tirzepatide (Mounjaro) — bieden een veelbelovende aanvulling op insulinetherapie door de eigen insulineafgifte van de alvleesklier op een veilige, glucoseafhankelijke manier te stimuleren. Ze reduceren ook het risico op hart- en vaatziekten, een veelvoorkomende complicatie bij langdurige diabetes.

Wilt u meer weten over de relatie tussen uw medicijnen en de alvleesklier? Bekijk dan ook de pagina's over GLP-1 medicijnen, diabetes type 3c en pancreatitis.