Exocriene alvleesklierinsufficiëntie

Medische disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg bij klachten altijd je huisarts of specialist.

Exocriene alvleesklierinsufficiëntie (EPI) betekent dat je alvleesklier niet meer genoeg spijsverteringsenzymen produceert. Dit heeft grote gevolgen voor je vertering: voedingsstoffen, vooral vetten, kunnen niet goed opgenomen worden. Hierdoor val je af, krijg je last van je buik en kunnen tekorten aan vitamines ontstaan.

Gelukkig is EPI goed te behandelen met enzympreparaten. Op deze pagina lees je alles over de oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling van exocriene insufficiëntie.

Wat is exocriene insufficiëntie?

De alvleesklier heeft twee hoofdfuncties:

  • Endocrien - hormonenproductie (insuline, glucagon)
  • Exocrien - productie van spijsverteringsenzymen

Bij exocriene insufficiëntie is het exocriene deel aangetast. De alvleesklier maakt dan niet meer genoeg enzymen om voedsel goed te verteren.

Belangrijkste enzymen

De alvleesklier produceert drie hoofdgroepen enzymen:

  • Lipase - verteert vetten
  • Amylase - verteert koolhydraten (zetmeel)
  • Protease (trypsine, chymotrypsine) - verteert eiwitten

Bij EPI is vooral het gebrek aan lipase problematisch, omdat vetvertering het meest gecompromitteerd wordt.

Wanneer ontstaan symptomen?

Symptomen ontstaan pas als de alvleesklier minder dan 10% van de normale enzymproductie heeft. Tot die tijd kan het lichaam het tekort compenseren. Dit betekent dat er vaak al flinke schade is als symptomen optreden.

Oorzaken van exocriene insufficiëntie

Chronische pancreatitis (meest voorkomend)

Dit is de belangrijkste oorzaak. Bij langdurige ontsteking wordt het alvleesklierweefsel geleidelijk vervangen door littekens, waardoor de enzymenproductie afneemt.

  • Tot 80% van mensen met chronische pancreatitis ontwikkelt EPI
  • Risico neemt toe met de duur en ernst van de pancreatitis
  • Vaak gecombineerd met diabetes type 3c

Cystische fibrose

Bij deze erfelijke aandoening is het slijm in de alvleesklier dik en taai, waardoor de gangen verstopt raken. Dit leidt tot beschadiging van het weefsel.

  • 85-90% van mensen met CF heeft EPI
  • Begint vaak al op jonge leeftijd
  • Vroege diagnose en behandeling zijn essentieel

Alvleesklierchirurgie

Operaties waarbij (een deel van) de alvleesklier wordt verwijderd leiden vaak tot EPI:

  • Totale pancreatectomie: altijd EPI
  • Pancreaticoduodenectomie (Whipple): 50-80% krijgt EPI
  • Distale pancreatectomie: 20-50% krijgt EPI

Alvleesklierkanker

Een tumor kan de alvleeskliergang blokkeren of het weefsel vernietigen:

  • Ongeveer 50% van patiënten met alvleesklierkanker heeft EPI
  • Kan al optreden voordat de kanker ontdekt wordt
  • Verergert vaak tijdens chemotherapie

Andere oorzaken

  • Obstructie van de alvleeskliergang (door steen, tumor, littekens)
  • Auto-immuunpancreatitis
  • Erfelijke pancreatitis
  • Ernstig trauma aan de alvleesklier
  • Shwachman-Diamond syndroom (zeldzaam)
  • Hemochromatose

Symptomen en gevolgen

Steatorrroe: vette ontlasting

Het meest kenmerkende symptom is steatorrroe - vette ontlasting door slechte vetvertering:

  • Ontlasting die glanzend of vettig lijkt
  • Drijft in het toilet
  • Moeilijk door te spoelen
  • Zeer onaangename, doordringende geur
  • Lichte kleur
  • Grote hoeveelheden

Gastro-intestinale klachten

  • Buikpijn en krampen
  • Opgeblazen gevoel
  • Gasvorming
  • Diarree
  • Misselijkheid
  • Verminderde eetlust

Gewichtsverlies en ondervoeding

Omdat voedingsstoffen slecht worden opgenomen:

  • Onbedoeld gewichtsverlies ondanks normaal eten
  • Verlies van spiermassa
  • Vermoeidheid en zwakte
  • Verminderde weerstand tegen infecties

Vitaminetekorten

Vooral vetoplosbare vitamines worden slecht opgenomen:

Vitamine A tekort:

  • Nachtblindheid
  • Droge ogen
  • Droge huid

Vitamine D tekort:

  • Botontkalking (osteoporose)
  • Verhoogd risico op breuken
  • Botpijn
  • Spierzwakte

Vitamine E tekort:

  • Zenuwbeschadiging
  • Spierzwakte
  • Coördinatieproblemen

Vitamine K tekort:

  • Verhoogde bloedingsneiging
  • Gemakkelijk blauwe plekken
  • Bloedneus

Diagnose

Klinische beoordeling

De arts begint met het bevragen van symptomen en onderzoeken van:

  • Voorgeschiedenis van alvleesklieraandoeningen
  • Gewichtsverlies en voedingstoestand
  • Kenmerken van de ontlasting

Laboratoriumonderzoek

Fecale elastase-1:

  • Eenvoudige ontlastingstest
  • Meet elastase (een enzym) in de ontlasting
  • Waarde < 200 μg/g wijst op EPI
  • Meest gebruikte test
  • Niet betrouwbaar bij diarree

Vetgehalte in ontlasting (72-uurs verzameling):

  • Gouden standaard maar bewerkelijk
  • Meet werkelijk vetgehalte in 3 dagen ontlasting
  • > 7 gram vet per dag wijst op malabsorptie
  • Wordt nog zelden gedaan

Bloedonderzoek:

  • Vitaminewaarden (A, D, E, K)
  • Albumine (eiwit) - kan laag zijn
  • Voedingstoestand markers

Beeldvormend onderzoek

CT of MRI van de alvleesklier om te kijken naar:

  • Structuur van de alvleesklier
  • Verkalking bij chronische pancreatitis
  • Atrofie (verschrompeling)
  • Tumoren of cysten
  • Gang dilatatie

Behandeling

Enzymvervangende therapie (PERT)

Dit is de hoeksteen van de behandeling. Je neemt capsules met enzymen bij elke maaltijd.

Hoe werkt het?

De capsules bevatten een mix van lipase, amylase en protease die de enzymen van je alvleesklier vervangen. Ze helpen voedsel te verteren in de dunne darm.

Gebruik:

  • Neem bij het begin van elke maaltijd
  • Ook bij snacks als ze vet bevatten
  • Slik heel door (niet kauwen!)
  • Dosering: meestal 25.000-75.000 eenheden lipase per maaltijd
  • Pas aan bij vetrijke maaltijden

Beschikbare preparaten:

  • Creon (meest voorgeschreven)
  • Panzytrat
  • Pangrol

Alle preparaten zijn effectief, de keuze hangt af van beschikbaarheid en voorkeur.

Dosering aanpassen

Start met standaarddosis en pas aan op basis van:

  • Blijvende symptomen (vette ontlasting)
  • Gewichtsverloop
  • Vetgehalte van de maaltijd

Bij onvoldoende effect:

  • Verhoog de dosis
  • Verdeel over meerdere capsules tijdens de maaltijd
  • Voeg maagzuurremmer toe (sommige enzymen werken beter bij hogere pH)

Voedingsadvies

Een diëtist kan helpen met:

Optimale voedselinname:

  • Voldoende calorieën (vaak 25-50% meer dan normaal)
  • Hoog-calorische, hoog-eiwitrijke voeding
  • Niet bang zijn voor vet - met enzymen goed verteerbaar
  • Regelmatige maaltijden en tussendoortjes

Vetinname:

  • 30-40% van calorieën uit vet
  • Kies gezonde vetten (olijfolie, noten, vette vis)
  • Verdeel vet over de dag
  • Niet te grote porties in één keer

Supplementen

Ook met enzymen zijn vaak supplementen nodig:

  • Vetoplosbare vitamines (A, D, E, K) - dagelijks
  • Calcium - voor botgezondheid
  • Magnesium - kan ook te laag zijn
  • Eventueel multivitamine

Behandeling van de oorzaak

Waar mogelijk wordt ook de onderliggende oorzaak behandeld:

  • Stop met alcohol bij alcoholische pancreatitis
  • Stop met roken
  • Behandeling van obstructie (stent, operatie)
  • Pijnbestrijding bij chronische pancreatitis

Prognose en kwaliteit van leven

Met goede behandeling

De meeste mensen met EPI kunnen met enzymtherapie een goede kwaliteit van leven behouden:

  • Normalisering van de ontlasting
  • Gewichtstoename of stabilisatie
  • Betere voedingstoestand
  • Minder buikklachten
  • Meer energie
  • Preventie van vitaminetekorten

Belang van therapietrouw

Het is essentieel om de enzymen consequent te nemen:

  • Bij elke maaltijd, ook als je weinig klachten hebt
  • Ook bij tussendoortjes
  • Niet overslaan omdat het beter lijkt te gaan

Zonder enzymen komen de klachten terug en kan ondervoeding ontstaan.

Monitoring

Regelmatige controle is nodig:

  • Gewicht - maandelijks zelf, bij controle door zorgverlener
  • Symptomen - ontlasting, buikklachten
  • Vitaminespiegels - jaarlijks bloedonderzoek
  • Botdichtheid - elke 2-5 jaar

Praktische tips

Omgaan met enzymen

  • Gebruik een pillendoos om ze altijd bij de hand te hebben
  • Bewaar thuis, op werk en in je tas
  • Neem extra mee op reis
  • Let op de houdbaarheidsdatum
  • Bewaar op kamertemperatuur

Eten buitenshuis

  • Neem enzymen discreet voordat het eten komt
  • Schat de hoeveelheid vet in en pas dosering aan
  • Bij onzekerheid: neem iets extra

Bij reizen

  • Neem ruim voldoende enzymen mee (meer dan je denkt nodig te hebben)
  • Bewaar in handbagage (niet in ruim, te warm)
  • Neem een doktersverklaring mee voor de douane
  • Let extra op voedingshygiëne (risico op diarree, dan werken enzymen minder goed)

Gerelateerde pagina's

Bronnen

  • Domínguez-Muñoz, J.E. (2020). Pancreatic Exocrine Insufficiency: Diagnosis and Treatment. Current Gastroenterology Reports.
  • Löhr, J.M., et al. (2017). United European Gastroenterology evidence-based guidelines for the diagnosis and therapy of chronic pancreatitis (HaPanEU). United European Gastroenterology Journal.
  • Duggan, S.N., et al. (2017). The nutritional management of type 3c diabetes in chronic pancreatitis. European Journal of Clinical Nutrition.
  • Struyvenberg, M.R., et al. (2017). Practical guide to exocrine pancreatic insufficiency. BMC Medicine.
  • Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen. Richtlijn Chronische Pancreatitis - behandeling exocriene insufficiëntie.

Laatst bijgewerkt: