Medische disclaimer: de informatie op deze website is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg bij klachten altijd een arts.

Pancreasenzymen

De alvleesklier produceert krachtige enzymen die essentieel zijn voor je spijsvertering. Deze enzymen breken de drie hoofdgroepen voedingsstoffen af: koolhydraten, eiwitten en vetten. Zonder deze enzymen zou je lichaam het meeste voedsel niet kunnen opnemen. In dit artikel ontdek je welke enzymen de alvleesklier maakt, hoe ze werken en wat er gebeurt als er een tekort ontstaat.

Wat zijn enzymen?

Enzymen zijn eiwitten die chemische reacties in je lichaam versnellen. Zonder enzymen zouden veel reacties zo langzaam gaan dat je lichaam niet zou kunnen functioneren. Elk enzym is gespecialiseerd in één specifieke reactie.

De spijsverteringsenzymen uit de alvleesklier zijn hydrolasen. Ze splitsen grote voedingsmoleculen door water toe te voegen. Dit proces heet hydrolyse. De grote moleculen worden zo in kleine stukjes geknipt die door je darmwand kunnen worden opgenomen.

Drie groepen pancreasenzymen

De alvleesklier produceert drie hoofdgroepen enzymen, elk gericht op een ander type voedingsstof:

  • Amylase: breekt koolhydraten af
  • Lipase: splitst vetten
  • Proteasen: knippen eiwitten

Samen zorgen deze enzymen ervoor dat al je voedsel wordt afgebroken tot moleculen die klein genoeg zijn om te absorberen. Laten we elk type enzym in detail bekijken.

Amylase: koolhydraatvertering

Amylase is het enzym dat zetmeel en andere complexe koolhydraten afbreekt. Het knipt de lange ketens van suikermoleculen in kleinere stukjes.

Hoe werkt amylase?

Zetmeel bestaat uit lange ketens van glucosemoleculen. Amylase knipt deze ketens op willekeurige plekken. Het eindresultaat is een mix van:

  • Maltose (twee glucosemoleculen)
  • Maltotriose (drie glucosemoleculen)
  • Kleine vertakte fragmenten (dextrines)

Deze kleinere suikers worden vervolgens verder afgebroken door enzymen in de darmwand tot losse glucosemoleculen, die je lichaam kan opnemen.

Speekselamylase versus pancreasamylase

Interessant genoeg begint de koolhydraatvertering al in je mond. Je speekselklieren maken ook amylase. Dit speekselamylase werkt tijdens het kauwen en tijdens de eerste minuten in je maag.

In de maag stopt het speekselamylase met werken door het zure maagzuur. Zodra het voedsel de twaalfvingerige darm bereikt, neemt de pancreasamylase het over. Dit enzym werkt in het neutrale milieu van de darm en is veel krachtiger dan speekselamylase.

Klinische betekenis

Artsen meten amylase in het bloed bij vermoeden van pancreatitis. Bij een ontsteking van de alvleesklier lekt amylase uit het orgaan naar het bloed. Een verhoogd amylasegehalte in het bloed is daarom een belangrijk signaal. Lees meer op onze pagina over pancreatitis.

Lipase: vetvertering

Lipase is het belangrijkste vetverterende enzym. Het splitst vetten (triglyceriden) in vetzuren en glycerol, die je lichaam kan opnemen.

Hoe werkt lipase?

Vetten zijn niet oplosbaar in water. Dat maakt hun vertering ingewikkeld. Eerst moet gal uit je lever de grote vetdruppels emulgeren (opdelen in veel kleinere druppeltjes). Dit vergroot het oppervlak waarop lipase kan werken.

Lipase knipt de vetzuren los van het glycerolmolecuul. Het eindresultaat is:

  • Vrije vetzuren
  • Monoglyceriden (glycerol met nog één vetzuur eraan)
  • Glycerol

Deze producten vormen samen met gal kleine deeltjes (micellen) die door de darmwand kunnen worden opgenomen.

De rol van colipase

Lipase werkt niet alleen. Het heeft een hulpeiwit nodig: colipase. Dit eiwit helpt lipase om zich te hechten aan de vetdruppels. De alvleesklier maakt colipase tegelijk met lipase.

Klinische betekenis

Net als amylase is ook lipase verhoogd in het bloed bij pancreatitis. Lipase blijft echter langer verhoogd dan amylase en is daarom een betere marker voor alvleesklierontsteking. Bij vermoeden van pancreatitis meten artsen daarom vaak beide enzymen.

Tekort aan lipase

Bij een ernstig tekort aan lipase blijven vetten grotendeels onverteerd. Ze komen in je ontlasting terecht, wat resulteert in:

  • Vette, grijze ontlasting (steatorrroe)
  • Drijvende ontlasting die moeilijk weg te spoelen is
  • Olieachtige druppels in het toilet
  • Gewichtsverlies
  • Tekorten aan vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K)

Proteasen: eiwitvertering

Proteasen zijn enzymen die eiwitten afbreken. De alvleesklier produceert verschillende proteasen, elk gespecialiseerd in het knippen van specifieke verbindingen in eiwitketens.

Belangrijkste proteasen

De alvleesklier maakt drie hoofdgroepen proteasen:

  • Trypsine: knipt eiwitten na de aminozuren lysine en arginine
  • Chymotrypsine: knipt eiwitten na grote aromatische aminozuren (fenylalanine, tyrosine, tryptofaan)
  • Carboxypeptidasen: knippen aminozuren van de uiteinden van eiwitketens

Door deze combinatie van enzymen worden eiwitten volledig afgebroken tot kleine peptiden en losse aminozuren.

Activatie van proteasen

Proteasen zijn zo krachtig dat ze de alvleesklier zelf zouden verteren als ze daar actief zouden zijn. Daarom worden ze gemaakt in een inactieve vorm (proenzym):

  • Trypsinogeen (inactieve vorm) → trypsine (actieve vorm)
  • Chymotrypsinogeen → chymotrypsine
  • Procarboxypeptidase → carboxypeptidase

Pas in de twaalfvingerige darm activeert een darmenzym (enteropeptidase) het eerste trypsinogeen tot trypsine. Dit actieve trypsine kan vervolgens andere proenzymen activeren. Dit is een cascade-reactie die snel alle enzymen activeert.

Beschermingsmechanisme

De alvleesklier produceert ook een trypsineremmer. Dit eiwit kan eventueel te vroeg geactiveerd trypsine blokkeren. Dit is een veiligheidssysteem tegen zelfvertering.

Bij pancreatitis gaat dit systeem fout. Proteasen worden te vroeg actief binnen de alvleesklier en beginnen het orgaan te verteren. Dit veroorzaakt ernstige ontsteking en weefselschade.

Andere pancreasenzymen

Naast de drie hoofdgroepen produceert de alvleesklier ook enkele andere enzymen:

Fosfolipase A2

Dit enzym breekt fosfolipiden af, een speciaal type vet dat voorkomt in celmembranen. Fosfolipase wordt gemaakt als inactief profosfolipase en geactiveerd door trypsine in de darm.

Elastase

Elastase is een protease dat elastine kan afbreken, een taai eiwit dat voorkomt in bindweefsel. Ook elastase wordt gemaakt als inactief proelastase.

Interessant genoeg wordt elastase vaak gebruikt als marker voor de pancreasfunctie. Het enzym blijft stabiel in de ontlasting en kan daar gemeten worden. Lage elastasewaarden in de ontlasting wijzen op exocriene pancreas insufficiëntie.

Nucleasen

Ribonuclease en deoxyribonuclease breken nucleïnezuren (RNA en DNA) af uit de cellen in je voedsel. Deze enzymen zijn minder bekend maar wel belangrijk voor een complete vertering.

Regulatie van enzymafgifte

De alvleesklier produceert niet constant dezelfde hoeveelheid enzymen. De afgifte wordt nauwkeurig geregeld door hormonen en zenuwsignalen.

Cholecystokinine (CCK)

Wanneer vet en eiwit de twaalfvingerige darm bereiken, geven darmcellen het hormoon CCK af. Dit hormoon stimuleert de alvleesklier om veel enzymrijk pancreassap af te geven.

Secretine

Wanneer zuur maagzuur de darm bereikt, komt het hormoon secretine vrij. Dit stimuleert de alvleesklier om bicarbonaat te produceren, waardoor het zuur wordt geneutraliseerd. Het pancreassap wordt dan dunner en bevat meer bicarbonaat en minder enzymen.

Nerveuze controle

De nervus vagus stimuleert de alvleesklier al voordat voedsel de darm bereikt. Al het zien, ruiken of proeven van eten activeert deze zenuw. De alvleesklier begint alvast met de productie van pancreassap.

Exocriene pancreas insufficiëntie

Wanneer de alvleesklier te weinig enzymen produceert, spreek je van exocriene pancreas insufficiëntie (EPI). Dit kan verschillende oorzaken hebben:

  • Chronische pancreatitis
  • Cystische fibrose
  • Alvleesklierkanker
  • Operatie waarbij een deel van de alvleesklier is verwijderd

Symptomen van EPI

Bij EPI worden vooral vetten niet goed verteerd. Symptomen zijn:

  • Vette, grijze ontlasting (steatorrroe)
  • Gewichtsverlies ondanks normale eetlust
  • Buikkrampen en winderigheid
  • Tekorten aan vetoplosbare vitaminen
  • Vermoeidheid

Behandeling met enzymsupplementen

EPI wordt behandeld met enzymsupplementen (bijvoorbeeld Creon of Panzytrat). Deze capsules bevatten lipase, amylase en proteasen van varkenspancreas.

De supplementen worden bij elke maaltijd ingenomen. De dosering hangt af van het vetgehalte van de maaltijd: bij een vetrijke maaltijd zijn meer capsules nodig. Met de juiste dosering kunnen de meeste mensen met EPI een normaal dieet eten en op gewicht blijven.

Samenvatting

De alvleesklier produceert drie groepen essentiële spijsverteringsenzymen. Amylase breekt koolhydraten af, lipase splitst vetten en proteasen knippen eiwitten in kleine stukjes. Zonder deze enzymen zou je lichaam voedingsstoffen niet kunnen opnemen.

De proteasen worden gemaakt in een inactieve vorm om te voorkomen dat ze de alvleesklier zelf verteren. Pas in de darm worden ze geactiveerd. Dit beschermingsmechanisme kan falen bij pancreatitis, met ernstige gevolgen.

Bij een tekort aan enzymen (exocriene insufficiëntie) ontstaan klachten zoals vette ontlasting en gewichtsverlies. Gelukkig kan dit goed worden behandeld met enzymsupplementen.

Verder lezen

Wil je meer weten over de alvleesklier? Bekijk deze gerelateerde pagina's:

Bronnen

  • Johnson LR. (2018). Gastrointestinal Physiology. 9th ed. Elsevier.
  • Barrett KE, et al. (2019). Ganong's Review of Medical Physiology. 26th ed. McGraw-Hill Education.
  • Boron WF, Boulpaep EL. (2017). Medical Physiology. 3rd ed. Elsevier.
  • Liddle RA. (2017). "Regulation of Pancreatic Secretion." In: Yamada's Textbook of Gastroenterology. Wiley-Blackwell.

Laatst bijgewerkt: