Medische disclaimer: de informatie op deze website is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg bij klachten altijd een arts.
Hormonen van de alvleesklier
De alvleesklier produceert verschillende hormonen die cruciaal zijn voor je stofwisseling. Deze hormonen worden gemaakt in de eilandjes van Langerhans, kleine celclusters die verspreid liggen door het orgaan. De belangrijkste hormonen zijn insuline en glucagon, die samen je bloedsuikerspiegel reguleren. In dit artikel ontdek je hoe deze hormonen werken en waarom ze zo belangrijk zijn.
De eilandjes van Langerhans
De hormonen van de alvleesklier worden geproduceerd in de eilandjes van Langerhans. Dit zijn kleine celclusters van ongeveer 0,1 tot 0,2 millimeter groot. In een gezonde alvleesklier liggen er zo'n 1 tot 2 miljoen van deze eilandjes verspreid door het orgaan.
Elk eilandje bevat verschillende soorten cellen, elk gespecialiseerd in het maken van één specifiek hormoon:
- Bètacellen (65-80%): produceren insuline
- Alfacellen (15-20%): produceren glucagon
- Deltacellen (3-10%): produceren somatostatine
- PP-cellen (<5%): produceren pancreatisch polypeptide
De eilandjes zijn rijk doorbloed. Hormonen die de cellen maken, gaan direct het bloed in en bereiken zo het hele lichaam. Meer weten over deze bijzondere structuren? Lees onze pagina over de eilandjes van Langerhans.
Insuline: de suikerverlager
Insuline is het bekendste hormoon van de alvleesklier. Het wordt geproduceerd in de bètacellen en heeft als belangrijkste taak om je bloedsuikerspiegel te verlagen.
Wanneer komt insuline vrij?
De bètacellen werken als glucosesensoren. Ze meten continu de hoeveelheid glucose in je bloed. Zodra de glucoseconcentratie stijgt, bijvoorbeeld na een maaltijd, geven de bètacellen insuline af aan het bloed.
Binnen een paar minuten na het eten begint de insuline al te stijgen. De piek bereikt het hormoon ongeveer 30 tot 60 minuten na de maaltijd. Dit is een volledig automatisch proces dat 24 uur per dag werkt.
Hoe werkt insuline?
Insuline heeft verschillende effecten in je lichaam:
- Glucoseopname: insuline zorgt ervoor dat je spiercellen en vetcellen glucose uit het bloed opnemen en gebruiken voor energie
- Glycogeenvorming: de lever slaat glucose op in de vorm van glycogeen, een suikervoorraad
- Remming van glucoseproductie: insuline remt de lever om nieuwe glucose te maken
- Vetopslag: insuline stimuleert de opslag van vetten in vetweefsel
- Eiwitopbouw: insuline bevordert de aanmaak van eiwitten in spieren
Simpel gezegd: insuline is het hormoon van de overvloed. Het signaleert "er is genoeg energie beschikbaar" en stimuleert je lichaam om die energie op te slaan voor later.
Insulineresistentie
Bij overgewicht en te weinig beweging kunnen je cellen minder gevoelig worden voor insuline. Dit heet insulineresistentie. De alvleesklier moet dan steeds meer insuline produceren om hetzelfde effect te bereiken.
Uiteindelijk raken de bètacellen uitgeput en kunnen ze niet genoeg insuline meer maken. Dit is het mechanisme achter type 2 diabetes, de meest voorkomende vorm van suikerziekte.
Glucagon: de suikerverhoger
Glucagon is het tegenovergestelde van insuline. Dit hormoon wordt gemaakt in de alfacellen en heeft als taak om je bloedsuikerspiegel te verhogen wanneer deze te laag dreigt te worden.
Wanneer komt glucagon vrij?
Glucagon komt vrij wanneer je bloedsuiker daalt. Dit gebeurt in verschillende situaties:
- Tussen maaltijden door, vooral als je lang niet hebt gegeten
- Tijdens lichaamsbeweging, wanneer je spieren veel glucose verbruiken
- 's Nachts, wanneer je slaapt en geen voedsel binnenkrijgt
- Bij stress, als je lichaam extra energie nodig heeft
De alfacellen registreren de dalende glucosespiegel en reageren door glucagon af te geven. Dit voorkomt dat je bloedsuiker te laag wordt (hypoglykemie).
Hoe werkt glucagon?
Glucagon heeft effecten die tegengesteld zijn aan die van insuline:
- Glycogeenafbraak: glucagon stimuleert de lever om glycogeen af te breken en glucose vrij te geven in het bloed
- Gluconeogenese: het hormoon zet de lever aan om nieuwe glucose te maken uit eiwitten en andere bouwstoffen
- Vetafbraak: glucagon stimuleert de afbraak van vetten, zodat deze gebruikt kunnen worden voor energie
Glucagon is dus het hormoon van de schaarste. Het signaleert "er is te weinig energie" en mobiliseert de reserves die je lichaam heeft opgeslagen.
Glucagon in noodgevallen
Bij mensen met diabetes die insuline gebruiken, kan de bloedsuiker soms gevaarlijk laag worden (ernstige hypoglykemie). In zulke noodgevallen kunnen naasten een glucagon-injectie toedienen. Dit verhoogt de bloedsuiker snel en kan levensreddend zijn.
De balans tussen insuline en glucagon
Insuline en glucagon werken als een thermostaatsysteem. Ze houden je bloedsuikerspiegel binnen een nauwe bandbreedte, normaal gesproken tussen de 4 en 8 mmol/l.
Na het eten:
- Bloedsuiker stijgt
- Bètacellen geven insuline af
- Alfacellen stoppen met glucagon afgeven
- Bloedsuiker daalt weer naar normaal
Tussen maaltijden:
- Bloedsuiker daalt langzaam
- Alfacellen geven glucagon af
- Bètacellen verminderen insulineafgifte
- Bloedsuiker blijft stabiel
Deze continue regulatie zorgt ervoor dat je hersenen en andere organen altijd voldoende glucose hebben. Je hersenen gebruiken namelijk ongeveer 120 gram glucose per dag en kunnen niet goed functioneren als je bloedsuiker te laag is.
Somatostatine: de remmer
Somatostatine wordt geproduceerd in de deltacellen van de eilandjes. Dit hormoon heeft een remmende werking op zowel insuline als glucagon.
Functie van somatostatine
Somatostatine werkt als een rem op verschillende processen:
- Het remt de afgifte van insuline door bètacellen
- Het remt de afgifte van glucagon door alfacellen
- Het vertraagt de lediging van de maag
- Het remt de afgifte van groeihormoon uit de hypofyse
- Het vermindert de productie van pancreassap
De precieze rol van somatostatine in de alvleesklier is complex. Het lijkt te werken als een fijnregelaar die snelle schommelingen in hormoonspiegels dempt en zorgt voor een meer geleidelijke reactie op veranderingen in bloedsuiker.
Medisch gebruik
Synthetische varianten van somatostatine (zoals octreotide) worden gebruikt bij bepaalde zeldzame tumoren die te veel hormonen produceren. Ook wordt het soms gebruikt bij ernstige complicaties van pancreatitis.
Pancreatisch polypeptide
Pancreatisch polypeptide (PP) wordt gemaakt in de PP-cellen. Dit hormoon is minder bekend dan insuline en glucagon, maar het speelt wel een rol in de regulatie van de spijsvertering.
Functie van pancreatisch polypeptide
PP komt vrij na het eten en heeft verschillende effecten:
- Het remt de afgifte van pancreassap
- Het vertraagt de lediging van de galblaas
- Het beïnvloedt de bewegingen van de darmen
- Het kan de eetlust verminderen
De precieze betekenis van PP is nog niet volledig opgehelderd. Het lijkt een rol te spelen in het coördineren van verschillende aspecten van de spijsvertering en mogelijk ook in de energiebalans op lange termijn.
Verstoringen in de hormoonproductie
Als de hormonale functie van de alvleesklier verstoord raakt, ontstaan ernstige problemen.
Type 1 diabetes
Bij type 1 diabetes vernietigt het afweersysteem de bètacellen in de eilandjes. De alvleesklier kan dan geen insuline meer maken. Zonder insuline kan glucose niet in de cellen komen en stapelt het zich op in het bloed.
Mensen met type 1 diabetes moeten meerdere keren per dag insuline inspuiten of gebruiken een insulinepomp. Ze moeten ook regelmatig hun bloedsuiker meten om de juiste dosering te beparen.
Type 2 diabetes
Bij type 2 diabetes is het probleem niet dat er geen insuline is, maar dat de cellen er ongevoelig voor worden. In het begin produceert de alvleesklier extra veel insuline om dit te compenseren. Maar uiteindelijk raken de bètacellen uitgeput.
Type 2 diabetes kan vaak worden behandeld met leefstijlaanpassingen en tabletten. In een later stadium kunnen ook insuline-injecties nodig zijn.
Type 3c diabetes
Bij schade aan de alvleesklier zelf, bijvoorbeeld door chronische pancreatitis of een operatie, kunnen de eilandjes verloren gaan. Dit veroorzaakt diabetes type 3c.
Bij type 3c diabetes is niet alleen de insulineproductie verstoord, maar ook de glucagonproductie. Dat maakt de bloedsuikerregulatie extra moeilijk. Mensen met type 3c diabetes hebben vaak ook last van exocriene insufficiëntie en hebben enzymsupplementen nodig. Lees meer op onze pagina over diabetes type 3c.
Zeldzame hormonale tumoren
Soms ontstaan er tumoren in de eilandjes die te veel van een bepaald hormoon produceren. Deze neuro-endocriene tumoren zijn zeldzaam maar kunnen ernstige klachten geven:
- Insulinoom: te veel insuline, veroorzaakt gevaarlijk lage bloedsuiker
- Glucagonoom: te veel glucagon, veroorzaakt hoge bloedsuiker en huidproblemen
- Somatostatinoom: te veel somatostatine, veroorzaakt galstenen en suikerziekte
Het meten van alvleesklierhormonen
Artsen kunnen de functie van de eilandjes testen door hormonen in het bloed te meten.
Glucose en HbA1c
De bloedsuikerspiegel geeft indirect informatie over de insulinewerking. Een nuchtere glucosewaarde boven 7 mmol/l wijst op diabetes. Het HbA1c geeft het gemiddelde suikergehalte over de afgelopen 2-3 maanden weer.
C-peptide
C-peptide is een bijproduct dat vrijkomt wanneer de alvleesklier insuline maakt. Het meten van C-peptide kan aantonen of iemands alvleesklier nog zelf insuline produceert. Bij type 1 diabetes is C-peptide laag of afwezig, bij type 2 aanvankelijk normaal of verhoogd.
Specifieke hormoontests
Bij vermoeden van zeldzame tumoren kunnen artsen specifieke hormonen meten, zoals insuline tijdens een vasttest (bij vermoeden van een insulinoom) of glucagon (bij vermoeden van een glucagonoom).
Samenvatting
De alvleesklier produceert belangrijke hormonen in de eilandjes van Langerhans. De twee belangrijkste zijn insuline en glucagon, die samen je bloedsuikerspiegel reguleren. Insuline verlaagt de bloedsuiker na het eten, glucagon verhoogt deze tussen maaltijden door.
Andere hormonen zoals somatostatine en pancreatisch polypeptide hebben een aanvullende rol in de regulatie van de stofwisseling en spijsvertering. Als dit hormoonproductie verstoord raakt, ontstaat diabetes of andere stofwisselingsproblemen.
Het systeem van hormonen in de alvleesklier is een prachtig voorbeeld van hoe je lichaam zichzelf reguleert. Deze automatische controle van je bloedsuiker werkt 24 uur per dag en is essentieel voor je gezondheid.
Verder lezen
Wil je meer weten over de alvleesklier? Bekijk deze gerelateerde pagina's:
Bronnen
- Barrett KE, et al. (2019). Ganong's Review of Medical Physiology. 26th ed. McGraw-Hill Education.
- Hall JE, Hall ME. (2020). Guyton and Hall Textbook of Medical Physiology. 14th ed. Elsevier.
- Gardner DG, Shoback D. (2017). Greenspan's Basic & Clinical Endocrinology. 10th ed. McGraw-Hill Education.
- Melmed S, et al. (2020). Williams Textbook of Endocrinology. 14th ed. Elsevier.
- Diabetes Fonds - www.diabetesfonds.nl
Laatst bijgewerkt: