Wat doet de alvleesklier? Complete gids over functies, hormonen en gezondheid

Medische disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen medisch advies. Neem bij klachten altijd contact op met je huisarts of specialist.

De alvleesklier (pancreas) is een klierorgaan van ongeveer 15 cm lang dat achter de maag ligt en twee levensbelangrijke taken uitvoert: het produceert spijsverteringsenzymen (exocriene functie) die eiwitten, vetten en koolhydraten afbreken, en het maakt hormonen aan zoals insuline en glucagon (endocriene functie) die de bloedsuikerspiegel reguleren. Zonder de alvleesklier is normale spijsvertering en bloedsuikerregulatie niet mogelijk.

Waar zit de alvleesklier?

De alvleesklier ligt diep in de bovenbuik, direct achter de maag, ter hoogte van de eerste en tweede lendenwervel (L1–L2). Het orgaan is niet van buitenaf voelbaar en ligt goed beschermd.

De alvleesklier is een langwerpig, bleekgeel orgaan van gemiddeld 15 tot 20 centimeter lang en weegt ongeveer 60-100 gram. Anatomisch wordt het opgedeeld in drie delen:

  • Kop (caput pancreatis): het dikste deel, genesteld in de bocht van de twaalfvingerige darm (duodenum). Hier mondt de afvoergang (ductus pancreaticus) uit samen met de galgang.
  • Lichaam (corpus pancreatis): het middendeel, dat direct achter de maag loopt en grenst aan de grote bloedvaten (aorta, vena portae).
  • Staart (cauda pancreatis): het dunste deel, dat reikt tot aan de milt (spleen).

Doordat de alvleesklier zo diep achter andere organen ligt, geeft een aandoening vaak pas laat symptomen. Pijn straalt typisch uit naar de rug omdat de alvleesklier vlak bij de ruggengraat ligt.

Wist je dat?

De naam "alvleesklier" is een letterlijke vertaling van het Griekse pankreas: pan (alles) + kreas (vlees/orgaan). De term duidt op het vlezige, klierachtige karakter van het orgaan.

De twee hoofdfuncties van de alvleesklier

De alvleesklier heeft twee volledig verschillende taken die samen het orgaan onmisbaar maken voor het leven. Deze functies worden aangeduid als de exocriene functie (naar buiten, naar de darm) en de endocriene functie (naar binnen, direct in het bloed).

Het bijzondere is dat de meeste cellen van de alvleesklier (circa 80-85%) zich bezighouden met de exocriene functie, terwijl slechts 1-2% van de cellen (de eilandjes van Langerhans) de endocriene functie uitvoert. Toch zijn die kleine celgroepjes minstens zo essentieel voor het leven.

Functie Type Product Doel
Exocrien Naar de darm Spijsverteringsenzymen in pancreassap Voedsel afbreken
Endocrien Naar het bloed Insuline, glucagon, somatostatine Bloedsuikerregulatie

Exocriene functie: het aanmaken van spijsverteringsenzymen

De exocriene alvleesklier produceert dagelijks 1 tot 1,5 liter pancreassap. Dit heldere, bicarbonaatrijke vocht bevat krachtige enzymen die pas in de twaalfvingerige darm geactiveerd worden — anders zouden ze de alvleesklier zelf beschadigen.

Het pancreassap wordt aangemaakt in speciale acinaire cellen en via kleine kanaaltjes (uitvoergangen) samengebracht in de ductus pancreaticus (de grote pancreasgang). Deze gang mondt samen met de galgang uit in de twaalfvingerige darm via de papil van Vater.

De productie van pancreassap wordt gestuurd door twee darmdarmhormonen:

  • Secretine: stimuleert de aanmaak van het bicarbonaat-rijke vocht dat de maagzuur neutraliseert
  • Cholecystokinine (CCK): stimuleert de enzymaanmaak wanneer vet en eiwitten de twaalfvingerige darm bereiken

Welke enzymen maakt de alvleesklier?

De alvleesklier maakt drie groepen spijsverteringsenzymen aan, elk gericht op een andere voedselgroep:

Enzym(groep) Substraat Eindproduct Bijzonderheid
Amylase Koolhydraten (zetmeel) Maltose, glucose Ook aanwezig in speeksel
Lipase Vetten (triglyceriden) Vetzuren, glycerol Werkt samen met galzouten
Trypsine / Chymotrypsine Eiwitten Aminozuren, peptiden Worden als zymogeen uitgescheiden
Elastase Elastine (eiwitten) Kleinere peptiden Breekt ook bindweefseleiwitten af
Fosfolipase A2 Fosfolipiden Lysofosfolipiden, vetzuren Vereist activering door trypsine
RNase / DNase Nucleïnezuren (RNA, DNA) Nucleotiden Breekt genetisch materiaal in voedsel af

Zonder deze enzymen kan het lichaam vet, eiwit en zetmeel niet normaal opnemen. Bij een tekort aan pancreasenzymen — wat voorkomt bij chronische pancreatitis of een verwijderde alvleesklier — ontstaat malabsorptie: voedingsstoffen passeren de darm zonder opgenomen te worden. Dit leidt tot vettige, drijvende ontlasting (steatorroe), ongewenst gewichtsverlies en tekorten aan vetoplosbare vitamines (A, D, E, K).

Endocriene functie: het reguleren van de bloedsuiker

De endocriene alvleesklier is een orgaan binnen een orgaan. Verspreid door het exocriene weefsel liggen kleine celgroepjes die eilandjes van Langerhans worden genoemd. Een volwassen alvleesklier bevat naar schatting één tot twee miljoen van deze eilandjes, maar ze maken samen slechts 1-2% van het totale weefselvolume uit.

De hormonen die hier worden aangemaakt gaan direct het bloed in — vandaar de term "endocrien" (naar binnen). Ze bereiken alle cellen van het lichaam en sturen cruciale stofwisselingsprocessen aan.

Welke hormonen maakt de alvleesklier?

De eilandjes van Langerhans bevatten vier typen endocriene cellen, elk gespecialiseerd in een ander hormoon:

Celtype Aandeel Hormoon Effect op bloedsuiker
Bètacellen (β) ~70% Insuline Verlaagt (↓)
Alfacellen (α) ~20% Glucagon Verhoogt (↑)
Deltacellen (δ) ~5-10% Somatostatine Remt afgifte van insuline én glucagon
PP-cellen ~1-2% Pancreaspolypeptide Reguleert spijsvertering en eetlust

Voor meer details over elk hormoon, zie onze uitgebreide pagina: Hormonen van de alvleesklier.

Eilandjes van Langerhans: hoe werken ze?

De eilandjes van Langerhans zijn vernoemd naar de Duitse patholoog Paul Langerhans, die ze in 1869 beschreef. Elk eilandje is een micro-orgaan op zichzelf: het heeft een eigen bloedvatennetwerk dat het rechtstreeks verbindt met de bloedsomloop. Hierdoor kunnen de hormonen binnen seconden in het bloed worden afgegeven zodra de bloedsuiker verandert.

De werking is fijnmazig gereguleerd:

  1. Je eet iets zoets of zetmeelrijks → bloedsuiker stijgt
  2. Bètacellen "meten" de bloedglucose via speciale glucosesensoren (GLUT2-transporters)
  3. Insuline wordt vrijgegeven in het bloed
  4. Insuline bindt aan receptoren op spier-, lever- en vetcellen
  5. Cellen nemen glucose op → bloedsuiker daalt
  6. Zodra de bloedsuiker genormaliseerd is, stopt de insulineafgifte

Tegelijkertijd zorgen alfacellen voor een vangnet: als de bloedsuiker te laag dreigt te worden (hypoglykemie), geven zij glucagon af dat de lever aanzet om glucose vrij te maken (glycogenolyse en gluconeogenese).

Hoe reguleert de alvleesklier de bloedsuiker?

De bloedsuikerregulatie door de alvleesklier werkt als een precies afgesteld thermostaatsysteem. De normale bloedsuiker ligt nuchter tussen 3,9 en 6,1 mmol/L en na een maaltijd tijdelijk hoger (maximaal ~7,8 mmol/L). De alvleesklier houdt deze waarden nauwkeurig in de gaten en past zijn hormoonafgifte voortdurend aan.

Insuline: het opslaghormoon

Insuline is het enige hormoon in het lichaam dat de bloedsuiker kan verlagen. Het doet dit op drie manieren:

  • Glucose opname: stimuleert spier- en vetcellen om glucose op te nemen via GLUT4-transporters
  • Glycogeensynthese: stimuleert de lever om glucose op te slaan als glycogeen
  • Remming gluconeogenese: remt de aanmaak van nieuwe glucose in de lever

Insuline is ook een groeihormoon: het stimuleert de opbouw van vet, eiwitten en celgroei. Bij te veel insuline (of insulineresistentie) speelt dit een rol bij obesitas en metabool syndroom.

Glucagon: het noodhormoon

Glucagon is de tegenhanger van insuline. Het wordt afgegeven bij lage bloedsuiker, tijdens vasten of intensief sporten. Glucagon stimuleert de lever om:

  • Glycogeen af te breken tot glucose (glycogenolyse)
  • Nieuwe glucose te maken van aminozuren en vetzuren (gluconeogenese)

De balans tussen insuline en glucagon bepaalt moment-to-moment je bloedsuikerspiegel.

Somatostatine: de rem op het systeem

Somatostatine remt zowel insuline- als glucagonafgifte en vertraagt de spijsvertering. Het fungeert als een soort "rem" die voorkomt dat de bloedsuiker te snel of te sterk schommelt na een maaltijd. GLP-1 medicijnen als Ozempic en Mounjaro maken gebruik van vergelijkbare mechanismen — zie onze GLP-1 pagina.

Wat als de alvleesklier niet goed werkt?

Wanneer de alvleesklier niet goed functioneert, zijn er twee grote categorieën problemen: problemen met de exocriene functie (enzymen) en problemen met de endocriene functie (hormonen). Beide kunnen tegelijk optreden, zoals bij gevorderde chronische pancreatitis.

Exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI)

Bij exocriene pancreasinsufficiëntie worden niet genoeg spijsverteringsenzymen aangemaakt. Dit leidt tot:

  • Steatorroe: vettige, onaangename ruikende, drijvende ontlasting door niet-opgenomen vetten
  • Gewichtsverlies: ondanks normaal eten neemt het lichaam te weinig calorieën op
  • Vitaminegebreken: tekort aan A, D, E en K (vetoplosbare vitamines)
  • Winderigheid en een opgeblazen gevoel
  • Buikpijn en krampjes

EPI treedt op bij chronische pancreatitis, alvleesklierkanker, cystische fibrose, na operaties aan de alvleesklier en soms bij ouderdom. De behandeling bestaat uit pancreasenzym-suppletietherapie (PERT): capsules met lipase, amylase en protease bij elke maaltijd.

Endocriene insufficiëntie: diabetes mellitus

Als de insulineproducerende bètacellen worden beschadigd of vernietigd, kan de bloedsuiker niet meer goed worden gereguleerd:

  • Diabetes type 1: auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem de bètacellen aanvalt
  • Diabetes type 2: combinatie van insulineresistentie en verminderde bètacelfunctie
  • Diabetes type 3c: diabetes als gevolg van een alvleesklieraandoening (pancreatitis, operatie, kanker) — zie onze pancreatitispagina

Symptomen zijn overmatige dorst, frequent plassen, vermoeidheid, wazig zicht en ongewenst gewichtsverlies.

Wanneer is de situatie ernstig?

Neem onmiddellijk contact op met een arts als je last hebt van:

  • Hevige, aanhoudende buikpijn die uitstraalt naar de rug
  • Misselijkheid en braken die niet overgaan
  • Geelzucht (gele huid of ogen)
  • Koorts in combinatie met buikpijn
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies

Aandoeningen van de alvleesklier

De alvleesklier kan door verschillende aandoeningen worden aangetast. De belangrijkste zijn:

Pancreatitis (alvleesklierontsteking)

Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier waarbij de eigen enzymen het weefsel beginnen af te breken. Het kan acuut (plotseling, ernstig) of chronisch (langdurig, met toenemende schade) zijn. De meest voorkomende oorzaken zijn galstenen en overmatig alcoholgebruik.

Lees alles over pancreatitis: oorzaken, symptomen en behandeling →

Alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker (pancreascarcinoom) is een van de meest ernstige vormen van kanker, onder meer omdat het laat symptomen geeft. Vroeg opgespoord zijn de behandelopties beter. Risicofactoren zijn roken, obesitas, chronische pancreatitis en erfelijke aanleg.

Lees alles over alvleesklierkanker: soorten, risico en behandeling →

Cysten van de alvleesklier

Cysten zijn vochtgevulde blaasjes in of aan de alvleesklier. Sommige zijn goedaardig en vereisen geen behandeling, andere — zoals IPMN (intraductale papillaire mucineuze neoplasie) — hebben een potentieel om kwaadaardig te worden en vereisen follow-up.

Exocriene pancreasinsufficiëntie

Bij deze aandoening produceert de alvleesklier onvoldoende enzymen voor een normale spijsvertering. Behandeling met enzymcapsules (PERT) geeft meestal goede resultaten.

Kun je leven zonder alvleesklier?

Ja, je kunt leven zonder alvleesklier — maar het vereist levenslange medische ondersteuning. Een totale pancreatectomie (verwijdering van de gehele alvleesklier) wordt soms uitgevoerd bij kanker of bij ernstige chronische pancreatitis die niet op andere manieren te behandelen is.

Na een totale pancreatectomie heb je nodig:

  • Pancreasenzymen (PERT): bij elke maaltijd in capsulevorm, om vet, eiwitten en koolhydraten te kunnen verteren
  • Insuline: levenslang, meerdere keren per dag, om de bloedsuiker te reguleren (je hebt nu een bijzondere vorm van diabetes: "brittle diabetes" omdat je ook geen glucagon meer hebt)
  • Vitamine D en andere supplementen: vanwege de verminderde vetopname
  • Regelmatige controles: bij een internist-endocrinoloog en MDL-arts

Mensen leven na een totale pancreatectomie een normaal leven, mits de medicatie goed ingesteld is. De bloedsuikerregulatie is wel complexer dan bij gewone diabetes, omdat ook glucagon ontbreekt.

GLP-1 medicijnen en de alvleesklier

GLP-1 medicijnen zoals Ozempic (semaglutide) en Mounjaro (tirzepatide) zijn populaire behandelingen voor diabetes type 2 en overgewicht. Ze bootsen het darmhormoon GLP-1 na, dat ook een directe verbinding heeft met de alvleesklier: GLP-1 stimuleert de insulineafgifte vanuit de bètacellen.

Er zijn discussies geweest over een mogelijk verhoogd risico op pancreatitis bij gebruik van GLP-1 medicijnen. Grote klinische studies hebben tot nu toe geen significant verhoogd risico aangetoond, maar voorzichtigheid is geboden bij mensen met een voorgeschiedenis van pancreatitis of alvleesklieraandoeningen.

Lees meer:

Veelgestelde vragen over de alvleesklier

Wat doet de alvleesklier precies?

De alvleesklier heeft twee hoofdfuncties: (1) de exocriene functie — het produceren van spijsverteringsenzymen (amylase, lipase, protease) die vet, eiwitten en koolhydraten afbreken — en (2) de endocriene functie — het aanmaken van hormonen zoals insuline en glucagon die de bloedsuikerspiegel reguleren.

Waar zit de alvleesklier in het lichaam?

De alvleesklier ligt achter de maag in de bovenbuik, ter hoogte van de eerste en tweede lendenwervel. Het orgaan is circa 15-20 cm lang en bestaat uit een kop (bij de twaalfvingerige darm), een lichaam en een staart (bij de milt). Omdat het diep in de buik ligt, is het niet van buitenaf voelbaar.

Welke hormonen maakt de alvleesklier?

De alvleesklier maakt drie belangrijke hormonen: insuline (verlaagt de bloedsuiker), glucagon (verhoogt de bloedsuiker) en somatostatine (reguleert de afgifte van insuline en glucagon). Deze hormonen worden geproduceerd in de eilandjes van Langerhans — kleine celgroepjes verspreid door de alvleesklier. Lees meer op onze pagina Hormonen van de alvleesklier.

Wat gebeurt er als de alvleesklier niet goed werkt?

Als de exocriene functie uitvalt, ontstaat exocriene pancreasinsufficiëntie: voedsel wordt niet goed verteerd, je verliest gewicht en krijgt vettige ontlasting. Als de endocriene functie uitvalt, stijgt de bloedsuiker en kan diabetes mellitus ontstaan (bij de alvleesklier ook diabetes type 3c genannt na pancreatitis).

Kun je leven zonder alvleesklier?

Ja, je kunt leven zonder alvleesklier. Na een totale pancreatectomie heb je levenslang pancreasenzymen nodig bij elke maaltijd (capsules met lipase, amylase en protease) en insuline-injecties voor je bloedsuikerregulatie. Met goede medische begeleiding is een normaal leven mogelijk, al is de bloedsuikerregulatie complexer omdat ook glucagon ontbreekt.

Gerelateerde onderwerpen

Bronnen

  • Longnecker, D.S. (2014). Anatomy and histology of the pancreas. Pancreapedia: Exocrine Pancreas Knowledge Base.
  • Yadav, D. & Lowenfels, A.B. (2013). The epidemiology of pancreatitis and pancreatic cancer. Gastroenterology, 144(6), 1252-1261.
  • Drucker, D.J. (2018). Mechanisms of action and therapeutic application of glucagon-like peptide-1. Cell Metabolism, 27(4), 740-756.
  • Dominguez Munoz, J.E. (2011). Pancreatic exocrine insufficiency. Gut, 60(12), 1712-1721.
  • Nederlandse Internisten Vereniging. Richtlijn Diabetes Mellitus type 3c.

Laatst bijgewerkt: | Redactie Alvleesklier.eu