Anne (35): "Van de hel terug - mijn complete reis"

Medische disclaimer: dit is een persoonlijk ervaringsverhaal. Het vervangt op geen enkele wijze medisch advies. Raadpleeg bij gezondheidsklachten altijd een arts.

"Twee jaar geleden dacht ik dat ik dood ging. Ik lag op de intensive care met ernstige acute pancreatitis, mijn organen begonnen het te begeven, de artsen keken bezorgd. Vandaag ben ik volledig hersteld. Dit is mijn complete verhaal: van de eerste symptomen, door het dal van ziekte en doodsangst, naar herstel en een nieuw normaal. Een verhaal met een hoopvol einde."

De eerste symptomen: iets klopt niet

Het begon op een vrijdagavond in november. Ik had normaal gegeten - pasta met kip - niets bijzonders. Rond 22:00 uur kreeg ik buikpijn. Niet heel erg, dacht eerst: misschien heb ik iets verkeerds gegeten. Ik ging naar bed.

Midden in de nacht werd ik wakker van verschrikkelijke pijn. Mijn hele bovenbuik deed zeer, de pijn straalde uit naar mijn rug. Ik kon niet liggen, niet zitten, niet staan. Niets hielp. Ik braakte. Transpireerde. De pijn was zo hevig dat ik bijna flauwviel.

Mijn partner belde 112. De ambulance kwam. In het ziekenhuis deden ze bloedonderzoek. Binnen een halfuur hadden ze de diagnose: acute pancreatitis. Mijn lipase was tien keer zo hoog als normaal. Ze brachten me naar de verpleegafdeling, gaven pijnstillers, een infuus. "Rust en tijd," zeiden ze. "Het gaat vanzelf over."

Het ging niet vanzelf over.

Naar de IC: de wereld stort in

De tweede dag in het ziekenhuis ging het slechter. Meer pijn. Koorts. Mijn bloeddruk daalde. Mijn nieren maakten te weinig urine. De artsen keken bezorgder. Er werd een CT-scan gemaakt. De uitslag: necrotiserende pancreatitis. Delen van mijn alvleesklier waren aan het afsterven.

Ze brachten me naar de IC. Ik was doodsbang. IC betekent levensgevaarlijk, toch? De intensivist legde uit: mijn lichaam reageerde te heftig op de ontstoken alvleesklier. Mijn organen begonnen mee te doen - mijn nieren, mijn longen. Ze moesten het onder controle krijgen voordat het erger werd.

Dagen van waas

De volgende dagen zijn een waas. Ik weet dat ik pijn had, ondanks zware pijnstillers. Ik weet dat ik bang was. Ik weet dat mijn partner elke dag kwam, huilend naast mijn bed zat. Ik weet dat artsen bezorgd overlegden.

Op dag 5 moest ik beademd worden. Mijn longen hielden het niet meer vol. Ik werd in slaap gebracht. Het laatste wat ik me herinner is mijn partner zeggen: "Ik hou van je. Blijf vechten." Dan: niets.

Drie dagen slaap

Drie dagen was ik in kunstmatige slaap. Later vertelde mijn partner dat het de zwaarste dagen van zijn leven waren. Niet weten of ik wakker zou worden. Artsen die praatten over "kritieke fase" en "de komende uren belangrijk".

Maar ik vocht. Mijn lijf vocht. Langzaam keerde het tij. Mijn nieren begonnen weer te werken. Mijn bloeddruk stabiliseerde. Op dag 8 haalden ze de beademing weg. Ik werd wakker.

Herstel op de IC: kleine stappen

Wakker worden op de IC was surrealistisch. Ik wist niet waar ik was, wat er gebeurd was, hoelang ik weg was geweest. Mijn keel deed zeer van de beademingsbuis. Ik had slangen overal. Kon amper bewegen.

De verpleegkundigen waren geweldig. Zij legden uit wat er gebeurd was, hoeveel tijd er voorbij was gegaan, dat ik er doorheen was. "Je hebt gevochten," zei één van hen. "En je hebt gewonnen."

De dagen erna ging het langzaam beter. De slangen gingen één voor één weg. Ik mocht water drinken, later vloeibaar eten. Ik kon weer zelf ademen, zelf plassen. Dingen die normaal zijn, werden overwinningen.

Complicatie: een abces

Op dag 12 kreeg ik weer koorts. Een scan toonde een abces - een ontstoken vochtophoping bij mijn alvleesklier. Dat moest gedraineerd worden. Ze staken een slangetje door mijn buik naar het abces. Het was pijnlijk en eng. Zou ik weer achteruit gaan?

Gelukkig werkte de drainage. De koorts zakte, het abces werd kleiner. Na een week kon de drain eruit. Weer een stap vooruit.

Naar huis: de lange weg

Na drie weken op de IC en nog twee weken op de verpleegafdeling, mocht ik naar huis. Ik had 15 kilo verloren. Was zo zwak dat ik nauwelijks kon lopen. Maar ik was thuis. Ik had het overleefd.

Thuis was moeilijk. Ik had verwacht dat het vanaf nu alleen maar beter zou gaan. Maar herstel is niet lineair. Sommige dagen voelde ik me beter, andere dagen was ik uitgeput van een douchebeurt. Ik at kleine beetjes, bouwde langzaam op.

Fysiotherapie en opbouw

Fysiotherapie werd mijn redding. Twee keer per week oefeningen om mijn kracht terug te krijgen. We begonnen simpel: van de stoel opstaan, op de plaats lopen. Elke week een beetje meer. Langzaam voelde ik me sterker.

Na twee maanden kon ik een kwartier wandelen. Na drie maanden een halfuur. Na zes maanden kon ik weer werken, eerst twee uur per dag. Het ging stapje voor stapje, maar het ging vooruit.

Zoeken naar de oorzaak

Ondertussen zochten artsen naar de oorzaak. Waarom had ik dit gekregen? Galstenen bleken de boosdoener. Kleine steentjes die mijn galweg hadden geblokkeerd, waardoor de alvleesklier ontstoken raakte.

Zes maanden na de acute aanval onderging ik een galblaasverwijdering. Een relatief simpele operatie, maar na mijn ervaringen was ik doodsbang voor elk medisch gebeuren. Gelukkig ging alles goed. Zonder galblaas kan ik geen galstenen meer krijgen, dus het risico op herhaling is minimaal.

Mentale impact: verwerken

Fysiek herstelde ik. Mentaal was het zwaarder en duurde het langer. Ik had nachtmerries over de IC. Paniek bij elke buikpijn - was het terug? Angst voor ziekenhuizen. Trauma van wat ik had meegemaakt.

Mijn huisarts verwees me naar een psycholoog. Diagnose: posttraumatische stress. Blijkbaar is het heel normaal na een levensbedreigende ervaring. We werkten met EMDR aan het verwerken van de traumatische herinneringen.

Het hielp. Langzaam werden de nachtmerries minder. De paniek bij buikpijn verminderde. Ik leerde te vertrouwen dat ik oké was, dat ik het had overleefd, dat ik sterk was.

Dankbaarheid

Vreemd genoeg heeft de ervaring me ook dingen gegeven. Dankbaarheid voor het leven. Besef van hoe kostbaar elke dag is. Waardering voor kleine dingen die ik vroeger vanzelfsprekend vond: zelf kunnen lopen, zelf kunnen eten, wakker worden zonder pijn.

Ik leef bewuster nu. Maak me minder druk om kleine dingen. Zeg vaker tegen mensen dat ik van ze hou. Doe dingen die ik belangrijk vind, stel minder uit. Want ik weet nu: het leven kan in een seconde veranderen.

Nu, twee jaar later

Twee jaar na mijn acute pancreatitis ben ik volledig hersteld. Ik werk fulltime. Ik sport weer. Ik eet normaal (zonder galblaas moet ik wel minder vet eten, maar dat gaat goed). Ik leef mijn leven.

Soms denk ik terug aan die tijd. Aan de IC. Aan de angst. Aan de pijn. Het voelt nu bijna onwerkelijk, alsof het iemand anders overkwam. Maar het litteken op mijn buik van de drain herinnert me: het was echt. Het gebeurde. En ik overleefde het.

Ik ben trots op mezelf. Op mijn lichaam dat vocht en herstelde. Op mijn geest die het verwerkte. Op mijn doorzettingsvermogen om door te blijven gaan, ook als het zwaar was.

Controles

Ik moet nog jaarlijks op controle. Bloedonderzoek, soms een echo. Tot nu toe is alles goed. Mijn alvleesklier is hersteld, functioneert normaal. De kans op herhaling is laag nu mijn galblaas eruit is.

Die jaarlijkse controle is altijd spannend. Angst dat er toch iets mis is. Maar tot nu toe krijg ik steeds te horen: alles is goed. En dan ben ik weer een jaar opgelucht.

Boodschap van hoop

Ik deel mijn verhaal voor mensen die nu in het ziekenhuis liggen met acute pancreatitis. Voor mensen die bang zijn, pijn hebben, niet weten of het goed komt. Voor partners en familie die machteloos naast het bed zitten.

Mijn boodschap: het kan goed komen. Acute pancreatitis is verschrikkelijk. Het is levensbedreigende. Het is pijnlijk en eng. Maar je kunt erdoorheen komen. Je kunt herstellen. Je lichaam is sterker dan je denkt.

Tips voor herstel

  • Heb geduld - herstel kost tijd, maanden, niet weken
  • Luister naar je lichaam - rust als je moe bent, push niet te hard
  • Bouw langzaam op - met eten, met activiteit, met alles
  • Vraag hulp - fysiotherapie, psycholoog, familie, vrienden
  • Vier kleine overwinningen - elke stap vooruit telt
  • Wees lief voor jezelf - je hebt iets zwaars meegemaakt
  • Zoek de oorzaak - om herhaling te voorkomen
  • Verwerk trauma - mentale herstel is net zo belangrijk als fysiek
  • Blijf hoop houden - herstel is mogelijk, echt waar
  • Leef bewust - deze ervaring kan je ook iets leren

Tot slot

Mijn reis van acute pancreatitis naar volledig herstel was lang en zwaar. Er waren momenten dat ik dacht dat ik het niet zou halen. Momenten dat ik wilde opgeven. Momenten dat de toekomst hopeloos leek.

Maar ik ben er nog. Ik leef. Ik ben gezond. Ik heb mijn leven terug. Het litteken op mijn buik herinnert me aan wat ik heb overwonnen. Het maakt me trots.

Als jij nu in het ziekenhuis ligt, of thuis herstellende bent, of worstelt met de gevolgen: houd vol. Het wordt beter. Het duurt, het is zwaar, maar het wordt beter. Je lichaam kan herstellen. Je geest kan helen. Je kunt weer leven.

Ik ben het levende bewijs. Van de hel en terug. En nu ben ik dankbaarder, sterker, bewuster dan ooit.

Er is hoop. Altijd.

Gerelateerde pagina's

Laatst bijgewerkt: