Erfelijkheid en alvleesklierkanker
Ongeveer 5-10% van alle gevallen van alvleesklierkanker heeft een erfelijke component. Dit betekent dat een genetische aanleg, vaak een mutatie in een specifiek gen, het risico op alvleesklierkanker verhoogt. Het identificeren van deze erfelijke factoren is belangrijk voor zowel patiënten als hun familieleden, omdat het mogelijkheden biedt voor preventieve screening en soms ook voor gerichte behandelingen.
Bekende erfelijke syndromen
Er zijn verschillende erfelijke syndromen die het risico op alvleesklierkanker verhogen:
BRCA1 en BRCA2 mutaties
BRCA1 en BRCA2 zijn genen die betrokken zijn bij DNA-reparatie. Mutaties in deze genen zijn vooral bekend vanwege het verhoogde risico op borst- en eierstokkanker, maar verhogen ook het risico op alvleesklierkanker. Dragers van een BRCA2-mutatie hebben een 3-10 keer verhoogd risico op alvleesklierkanker; voor BRCA1 is het risico ongeveer 2-4 keer verhoogd.
Een belangrijk voordeel van het kennen van BRCA-status is dat patiënten met alvleesklierkanker en een BRCA-mutatie kunnen reageren op PARP-remmers, een relatief nieuwe klasse medicijnen. Olaparib is goedgekeurd voor BRCA-gemuteerde alvleesklierkanker als onderhoudsbehandeling.
Lynch-syndroom (HNPCC)
Lynch-syndroom wordt veroorzaakt door mutaties in de mismatch repair genen (MLH1, MSH2, MSH6, PMS2). Mensen met Lynch-syndroom hebben een verhoogd risico op verschillende kankersoorten, waaronder darmkanker, baarmoederkanker en ook alvleesklierkanker. Het levenslange risico op alvleesklierkanker is bij Lynch-syndroom verhoogd tot ongeveer 3-4%.
Familiair atypisch multiple mole melanoom (FAMMM/CDKN2A)
Dit syndroom wordt veroorzaakt door mutaties in het CDKN2A-gen en verhoogt het risico op zowel melanoom als alvleesklierkanker aanzienlijk. Het levenslange risico op alvleesklierkanker kan oplopen tot 15-20%. In Nederland loopt een specifiek screeningsprogramma voor CDKN2A-mutatiedragers.
Peutz-Jeghers syndroom
Dit zeldzame syndroom, veroorzaakt door mutaties in het STK11-gen, verhoogt het risico op alvleesklierkanker tot 130 keer ten opzichte van de algemene bevolking. Het levenslange risico is 11-36%.
PALB2 en ATM mutaties
Mutaties in PALB2 en ATM, beide betrokken bij DNA-reparatie, verhogen het risico op alvleesklierkanker met een factor 2-6. Net als bij BRCA-mutaties kunnen patiënten met deze mutaties mogelijk baat hebben bij PARP-remmers.
Erfelijke pancreatitis (PRSS1, SPINK1)
Mutaties die leiden tot erfelijke pancreatitis, vooral in de PRSS1-gen, verhogen het risico op alvleesklierkanker aanzienlijk. Na tientallen jaren van terugkerende ontsteking kan het levenslange risico oplopen tot 40%.
Familiaire pancreaskanker
Soms komt alvleesklierkanker vaker voor in een familie zonder dat een bekende genetische mutatie wordt gevonden. We spreken van familiaire pancreaskanker wanneer twee of meer eerstegraads familieleden (ouders, broers/zussen, kinderen) alvleesklierkanker hebben gehad. Het risico voor andere familieleden is dan verhoogd:
- Eén eerstegraads familielid - 2 keer verhoogd risico
- Twee eerstegraads familieleden - 6-7 keer verhoogd risico
- Drie of meer eerstegraads familieleden - 30+ keer verhoogd risico
Wanneer genetisch onderzoek overwegen?
Genetisch onderzoek wordt aanbevolen in de volgende situaties:
- U heeft alvleesklierkanker en bent jonger dan 50 jaar
- U heeft alvleesklierkanker en een familielid met alvleesklierkanker
- U heeft alvleesklierkanker en een persoonlijke of familiegeschiedenis van borst-, eierstok- of prostaatkanker
- Twee of meer eerstegraads familieleden hebben alvleesklierkanker gehad
- Een familielid heeft een bekende erfelijke mutatie
- U behoort tot een etnische groep met verhoogde mutatie-prevalentie (bijv. Ashkenazi Joodse achtergrond voor BRCA)
Het proces van genetisch testen
Verwijzing naar klinisch geneticus
Genetisch onderzoek begint met een verwijzing naar een klinisch geneticus of genetisch consulent. Deze specialist zal een uitgebreide familie-anamnese afnemen en beoordelen of genetisch testen zinvol is.
Pre-test counseling
Voordat de test wordt uitgevoerd, krijgt u uitleg over wat de test inhoudt, wat de mogelijke uitkomsten zijn, en wat de consequenties kunnen zijn voor uzelf en uw familie. U krijgt tijd om vragen te stellen en na te denken.
De test zelf
Genetisch testen gebeurt meestal via een bloedafname. Het DNA wordt geanalyseerd op bekende mutaties. Tegenwoordig worden vaak genpanels gebruikt die meerdere genen tegelijk testen. De uitslag is meestal binnen 4-6 weken beschikbaar.
Post-test counseling
Na de test bespreekt de geneticus de uitslag met u. Bij een positieve uitslag (er is een mutatie gevonden) wordt besproken wat dit betekent voor uw risico, welke surveillance of preventieve maatregelen mogelijk zijn, en of familieleden ook getest moeten worden.
Consequenties van een positieve uitslag
Als bij u een verhoogd-risico mutatie wordt gevonden, heeft dit verschillende gevolgen:
Screening en surveillance
Afhankelijk van de mutatie en uw risicoprofiel kunt u in aanmerking komen voor regelmatige screening met MRI en/of endoscopische echografie (EUS). Het doel is om voorstadia of vroege tumoren op te sporen wanneer behandeling nog mogelijk is.
Behandelkeuzes
Bij patiënten met alvleesklierkanker en bepaalde mutaties (vooral BRCA1/2, PALB2) kan de behandeling worden aangepast. PARP-remmers zijn effectief bij deze groep en platina-bevattende chemotherapie werkt vaak beter.
Familieonderzoek
Eerstegraads familieleden hebben 50% kans om dezelfde mutatie te dragen. Zij kunnen zich ook laten testen, wat "cascadescreening" wordt genoemd.
Psychologische aspecten
Genetisch testen kan emotioneel belastend zijn. Het weten dat u een verhoogd risico heeft kan angst veroorzaken, maar voor sommige mensen geeft het ook rust omdat ze iets kunnen doen (screening). Bij het besluit om wel of niet te testen is psychologische ondersteuning beschikbaar.
Heeft u vragen over genetisch onderzoek?
Bespreek uw familiegeschiedenis met uw huisarts of specialist. Zij kunnen u indien nodig verwijzen naar een klinisch geneticus voor advies en eventueel testen. In Nederland zijn afdelingen klinische genetica verbonden aan de meeste academische centra.
Gerelateerde onderwerpen
- Vroege detectie van alvleesklierkanker
- Risicofactoren voor alvleesklierkanker
- Pancreatitis (inclusief erfelijke vormen)
- Nederlandse onderzoekscentra
Laatst bijgewerkt: