Medische disclaimer: de informatie op deze pagina is uitsluitend bedoeld als algemene voorlichting. Het vervangt op geen enkele wijze het advies van een arts of andere gekwalificeerde zorgverlener. Heb je klachten of vermoed je alvleesklierkanker? Raadpleeg dan altijd een medisch professional.
Soorten alvleesklierkanker: verschillende types uitgelegd
Alvleesklierkanker is geen eenduidige ziekte. Er zijn verschillende soorten tumoren die in de alvleesklier kunnen ontstaan, elk met hun eigen kenmerken, gedrag en behandeling. Het is belangrijk om te weten welk type alvleesklierkanker je hebt, omdat dit grote invloed heeft op de behandelopties en prognose.
De alvleesklier bestaat uit twee soorten weefsel: exocrien weefsel (dat verteringsenzymen maakt) en endocrien weefsel (dat hormonen produceert). Afhankelijk van welk type weefsel aangetast is, spreken we van verschillende soorten kanker.
Hoofdindeling van alvleesklierkanker
Alvleesklierkanker wordt ingedeeld op basis van het type cellen waaruit de tumor ontstaat:
- Exocriene tumoren - Ontstaan in het deel van de alvleesklier dat verteringssappen maakt (95% van alle gevallen)
- Endocriene tumoren - Ontstaan in het deel dat hormonen produceert (5% van alle gevallen)
Deze tweedeling is fundamenteel omdat beide types zich heel anders gedragen en een verschillende behandeling vereisen.
GLP-1 medicijnen en de alvleesklier: Gebruikt u Ozempic, Wegovy of Mounjaro? Lees dan ook over GLP-1 medicijnen en pancreatitis.
Exocriene tumoren
Verreweg de meeste gevallen van alvleesklierkanker zijn exocriene tumoren. Deze ontstaan in de cellen die verteringsenzymen produceren. Het meest voorkomende type is het adenocarcinoom.
Pancreasadenocarcinoom
Dit is de meest voorkomende vorm van alvleesklierkanker en vertegenwoordigt ongeveer 90% van alle gevallen. Het adenocarcinoom ontstaat in de klieren die pancreassap produceren. Kenmerken zijn:
- Groeit vaak snel en agressief
- Wordt meestal pas in een laat stadium ontdekt
- Kan zich snel verspreiden naar nabijgelegen organen en bloedvaten
- Geeft vaak pas symptomen als de tumor al groot is
- Komt het vaakst voor in de kop van de alvleesklier (60-70%)
Het adenocarcinoom wordt ook wel ductaal adenocarcinoom genoemd, omdat het uitgaat van de cellen in de afvoergangen (ducti) van de alvleesklier.
Plaveiselcelcarcinoom
Dit is een zeer zeldzame vorm van alvleesklierkanker. Het vertegenwoordigt minder dan 1% van alle gevallen. Deze tumoren bestaan uit plaveiselcellen, die normaal gesproken niet in de alvleesklier voorkomen. De prognose is over het algemeen slechter dan bij adenocarcinomen.
Adenosquameus carcinoom
Dit zeldzame type kanker (1-4% van de gevallen) bevat zowel kliercellen als plaveiselcellen. Het gedraagt zich meestal agressief en heeft een ongunstige prognose.
Colloid carcinoom (mucineus niet-cysteus adenocarcinoom)
Dit is een bijzondere variant die ongeveer 1-3% van de exocriene tumoren vertegenwoordigt. De tumorcellen produceren veel slijm (mucine). Deze variant heeft vaak een iets betere prognose dan het reguliere adenocarcinoom.
Acinaircelcarcinoom
Dit zeldzame type (1-2% van de gevallen) ontstaat in de acinuscellen die de verteringsenzymen produceren. Het groeit meestal trager dan een adenocarcinoom en heeft soms een iets betere prognose.
Endocriene tumoren (neuro-endocriene tumoren)
Deze tumoren ontstaan in de eilandjes van Langerhans, de cellen die hormonen zoals insuline en glucagon produceren. Ze worden ook wel neuro-endocriene tumoren (NET's) of eilandceltumoren genoemd. Hoewel ze technisch gezien ook alvleesklierkanker zijn, gedragen ze zich heel anders dan exocriene tumoren:
- Groeien meestal langzamer
- Hebben vaak een betere prognose
- Kunnen hormonen produceren die specifieke symptomen veroorzaken
- Vereisen vaak een andere behandeling
Functionerende neuro-endocriene tumoren
Deze tumoren produceren actief hormonen, wat tot specifieke symptomen leidt. De belangrijkste types zijn:
Insulinoom
Dit is de meest voorkomende functionerende NET. De tumor produceert te veel insuline, wat leidt tot:
- Lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie)
- Zweten, trillen en hartkloppingen
- Verwardheid of bewustzijnsverlies bij ernstige daling
- Hongergevoel
De meeste insulinomen zijn goedaardig (niet kanker), maar sommige kunnen kwaadaardig zijn.
Gastrinoom
Deze tumor produceert te veel gastrine, een hormoon dat de maag stimuleert zuur te maken. Dit veroorzaakt:
- Ernstige maagzweren die moeilijk te behandelen zijn
- Pijn in de bovenbuik
- Diarree
- Reflux en brandend maagzuur
Gastrinomen zijn vaker kwaadaardig dan insulinomen (ongeveer 60% van de gevallen).
Glucagonoom
Een zeldzame tumor die te veel glucagon produceert. Symptomen zijn:
- Hoge bloedsuikerspiegel (diabetes)
- Karakteristieke huiduitslag (necrolytische migrerende erythema)
- Gewichtsverlies
- Diarree
VIPoom
Deze tumor produceert vasoactief intestinaal peptide (VIP), wat leidt tot:
- Ernstige, waterige diarree
- Uitdroging
- Lage kaliumspiegel
- Lage maagzuurproductie
Somatostatinoom
Een zeer zeldzame tumor die somatostatine produceert. Symptomen kunnen zijn:
- Diabetes
- Galstenen
- Diarree en vettige ontlasting
- Gewichtsverlies
Niet-functionerende neuro-endocriene tumoren
Deze tumoren produceren geen overmatige hoeveelheden hormonen die symptomen veroorzaken. Ze worden daarom vaak pas ontdekt als ze groot zijn geworden of zijn uitgezaaid. De symptomen lijken meer op die van exocriene tumoren:
- Buikpijn
- Gewichtsverlies
- Geelzucht (bij tumoren in de kop van de alvleesklier)
- Misselijkheid
Andere zeldzame tumoren
Naast de genoemde types zijn er nog enkele zeer zeldzame tumoren die in de alvleesklier kunnen ontstaan:
Cystische tumoren
Deze tumoren bevatten holtes gevuld met vocht. Niet alle cystische tumoren zijn kwaadaardig, maar sommige kunnen dat worden:
- Intraductaal papillair mucineus neoplasma (IPMN) - Een cyste in de pancreasgangen die kan uitgroeien tot kanker
- Mucineus cysteus neoplasma (MCN) - Komt vooral voor bij vrouwen en kan kwaadaardig worden
- Sereus cysteus adenoom - Meestal goedaardig
Pancreatoblastoom
Een zeer zeldzame tumor die vooral bij kinderen voorkomt. Het is een agressieve vorm die snelle behandeling vereist.
Solide-pseudopapillair neoplasma
Een zeldzame tumor die voornamelijk voorkomt bij jonge vrouwen (20-30 jaar). Deze tumoren hebben meestal een goedaardige prognose als ze volledig verwijderd kunnen worden.
Lymfomen
Zeer zelden kan een lymfoom (kanker van het lymfesysteem) ontstaan in de alvleesklier. Dit wordt anders behandeld dan reguliere alvleesklierkanker.
Metastasen van andere kankers
Soms zaait kanker uit een ander orgaan (zoals nieren, longen of borst) uit naar de alvleesklier. Dit is technisch gezien geen alvleesklierkanker, maar een uitzaaiing van de oorspronkelijke tumor.
Waarom is het type belangrijk?
Het type alvleesklierkanker heeft grote invloed op verschillende aspecten van je behandeling en prognose:
Behandelkeuze
Verschillende types reageren anders op behandelingen:
- Exocriene tumoren worden voornamelijk behandeld met chirurgie en chemotherapie
- Neuro-endocriene tumoren kunnen soms beter reageren op andere behandelingen, zoals somatostatine-analogen of gerichte therapieën
- Functionerende NET's kunnen symptomatische behandeling nodig hebben om hormoonproductie te remmen
Prognose
Het type tumor beïnvloedt de vooruitzichten:
- Neuro-endocriene tumoren hebben over het algemeen een betere prognose dan adenocarcinomen
- Sommige zeldzame varianten (zoals colloid carcinoom) kunnen een iets betere prognose hebben
- Agressieve types zoals adenosquameus carcinoom hebben vaak een slechtere prognose
Groeisnelheid
Verschillende types groeien aan een ander tempo:
- Adenocarcinomen groeien meestal snel en agressief
- Neuro-endocriene tumoren groeien vaak trager
- Dit beïnvloedt hoe snel behandeling moet starten en welke opties beschikbaar zijn
Hoe wordt het type bepaald?
Om te bepalen welk type alvleesklierkanker je hebt, zijn verschillende onderzoeken nodig:
Biopsie en pathologie
De definitieve diagnose wordt gesteld door een patholoog die weefsel van de tumor onder de microscoop bekijkt. Dit gebeurt via:
- Een biopsie voor de operatie (bijvoorbeeld met een naald tijdens een endoscopische echo)
- Onderzoek van weefsel dat tijdens een operatie is verwijderd
De patholoog kijkt naar de vorm en het type cellen en kan vaak precies bepalen welk soort tumor het is.
Immunohistochemie
Dit is een speciale kleuring van het weefsel die helpt om verschillende celtypen te herkennen. Dit is vooral belangrijk om onderscheid te maken tussen:
- Exocriene en endocriene tumoren
- Primaire alvleesklierkanker en metastasen van andere kankers
- Verschillende subtypes van neuro-endocriene tumoren
Bloedonderzoek
Bij vermoeden van een neuro-endocriene tumor kunnen hormoonspiegels in het bloed worden gemeten:
- Insuline en C-peptide (bij vermoeden van insulinoom)
- Gastrine (bij gastrinoom)
- Glucagon (bij glucagonoom)
- Chromogranine A (algemene marker voor NET's)
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen exocriene en endocriene alvleesklierkanker?
Exocriene tumoren ontstaan in het deel van de alvleesklier dat verteringssappen maakt en zijn het meest voorkomend (95%). Endocriene tumoren ontstaan in cellen die hormonen produceren, groeien meestal trager en hebben vaak een betere prognose.
Kan alvleesklierkanker goedaardig zijn?
De meeste vormen van alvleesklierkanker zijn kwaadaardig. Sommige cystische tumoren en de meeste insulinomen kunnen echter goedaardig zijn. Bij twijfel is altijd nader onderzoek en soms operatie nodig.
Is het type alvleesklierkanker erfelijk?
Het type kanker zelf is niet erfelijk, maar sommige mensen hebben een erfelijk verhoogd risico op alvleesklierkanker door genetische syndromen. Het type tumor dat ontstaat hangt meestal niet af van erfelijkheid.
Verandert het type alvleesklierkanker tijdens de ziekte?
Het basistype verandert niet, maar tumorcellen kunnen wel veranderen in eigenschappen zoals groeisnelheid of gevoeligheid voor behandeling. Daarom wordt bij uitzaaiingen soms opnieuw weefsel onderzocht.
Meer informatie
Wil je meer weten over alvleesklierkanker? Bekijk ook deze pagina's:
Bronnen en referenties
De informatie op deze pagina is gebaseerd op betrouwbare medische bronnen:
- Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL) - Richtlijn Pancreascarcinoom
- Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) - Landelijke richtlijn Pancreascarcinoom
- World Health Organization (WHO) - Classification of Tumours of the Digestive System
- American Cancer Society - Types of Pancreatic Cancer
- National Cancer Institute - Pancreatic Neuroendocrine Tumors
- European Neuroendocrine Tumor Society (ENETS) - Guidelines
Laatst bijgewerkt: december 2024
Laatst bijgewerkt: