Chronische Alvleesklierontsteking: Oorzaken, Symptomen en Behandeling

Medische disclaimer: De informatie op deze pagina is uitsluitend bedoeld voor informatiedoeleinden en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg altijd een arts of specialist bij klachten of vragen over uw gezondheid.

Chronische alvleesklierontsteking, ook wel chronische pancreatitis genoemd, is een langdurige ontsteking van de alvleesklier (pancreas) die leidt tot blijvende schade aan dit orgaan. In tegenstelling tot een acute alvleesklierontsteking, die plotseling optreedt en meestal volledig geneest, is chronische pancreatitis een progressieve aandoening waarbij het klierweefsel geleidelijk wordt vervangen door littekenweefsel. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de spijsvertering en de bloedsuikerregulatie. In Nederland leven naar schatting tienduizenden mensen met deze aandoening, waarbij mannen vaker getroffen worden dan vrouwen.

Wat is de Alvleesklier en Welke Rol Speelt Ze?

De alvleesklier is een langwerpig orgaan dat zich achter de maag bevindt, ter hoogte van de bovenbuik. Het orgaan heeft twee belangrijke functies. Ten eerste produceert het spijsverteringsenzymen die via de alvleeskliergang naar de dunne darm worden getransporteerd, waar zij helpen bij de afbraak van vetten, eiwitten en koolhydraten. Ten tweede heeft de alvleesklier een hormoonproducerende functie: speciale cellen, de eilandjes van Langerhans, maken insuline en glucagon aan, hormonen die de bloedsuikerspiegel reguleren.

Bij chronische pancreatitis raakt het klierweefsel langzaam maar zeker beschadigd. Wanneer de enzymen die normaal gesproken pas in de dunne darm worden geactiveerd, al binnen de alvleesklier zelf actief worden, veroorzaken zij schade aan het eigen weefsel. Dit proces herhaalt zich telkens opnieuw, waardoor er steeds meer littekenweefsel ontstaat en de normale functie van het orgaan verder afneemt. Het gevolg is dat zowel de spijsvertering als de bloedsuikerregulatie ernstig in de war kunnen raken.

Oorzaken en Risicofactoren

De meest voorkomende oorzaak van chronische alvleesklierontsteking is langdurig overmatig alcoholgebruik. Naar schatting is alcohol verantwoordelijk voor ongeveer zeventig tot tachtig procent van alle gevallen. Alcohol beschadigt het alvleesklierweefseel direct en zorgt er tegelijkertijd voor dat de kleine gangen in de alvleesklier verstopt raken door eiwitpropjes, wat verdere schade veroorzaakt.

Een andere bekende oorzaak is roken. Roken werkt niet alleen als zelfstandige risicofactor, maar versterkt ook de schadelijke effecten van alcohol op de alvleesklier aanzienlijk. Mensen die zowel veel drinken als roken, lopen dan ook een beduidend hoger risico op het ontwikkelen van deze aandoening.

Erfelijke factoren spelen eveneens een rol. Er bestaat een zeldzame erfelijke vorm van chronische pancreatitis, waarbij bepaalde genetische mutaties de kans op ontsteking sterk verhogen. Denk hierbij aan mutaties in het PRSS1-gen, het SPINK1-gen of het CFTR-gen. Naast erfelijkheid kunnen ook een verhoogd calciumgehalte in het bloed (hypercalciëmie), een hoog vetgehalte in het bloed (hypertriglyceridemie), auto-immuunziekten en anatomische afwijkingen van de alvleeskliergang bijdragen aan het ontstaan van chronische pancreatitis. In een deel van de gevallen blijft de oorzaak onbekend; men spreekt dan van idiopathische chronische pancreatitis.

Symptomen en Complicaties

Het meest opvallende en invaliderende symptoom van chronische alvleesklierontsteking is aanhoudende of terugkerende pijn in de bovenbuik. Deze pijn straalt vaak uit naar de rug en kan zowel continu als aanvalsgewijs aanwezig zijn. De pijn wordt veelal erger na het eten of drinken van alcohol. Patiënten vermijden soms eten uit angst voor pijn, wat kan leiden tot gewichtsverlies en ondervoeding.

Naarmate de aandoening vordert en steeds meer klierweefsel verloren gaat, ontstaan er ook klachten door een tekort aan spijsverteringsenzymen. Dit uit zich in vettige, stinkende ontlasting (steatorroe), een opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree. Het lichaam kan de vetten en bepaalde vitamines (met name de vetoplosbare vitamines A, D, E en K) niet meer goed opnemen, wat leidt tot tekorten.

Een ernstige complicatie op de langere termijn is de ontwikkeling van diabetes mellitus. Wanneer de insulineproducerende cellen door de voortschrijdende ontsteking zijn aangetast, verliest de alvleesklier haar vermogen om voldoende insuline te produceren. Dit type diabetes, ook wel pancreatogene diabetes of type 3c diabetes genoemd, vereist een specifieke behandelaanpak. Andere mogelijke complicaties zijn de vorming van pseudocysten (vochtophopingen rondom de alvleesklier), vernauwing van de galgang met geelzucht tot gevolg, en in zeldzame gevallen een verhoogd risico op alvleesklierkanker.

Diagnose en Onderzoek

De diagnose chronische pancreatitis wordt gesteld op basis van een combinatie van de klachtengeschiedenis van de patiënt, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Bloedonderzoek kan verhoogde ontstekingswaarden aantonen, maar bij chronische pancreatitis zijn de waarden van de alvleesklierewymen amylase en lipase lang niet altijd sterk verhoogd. Ontlastingsonderzoek kan aantonen of er sprake is van een tekort aan spijsverteringsenzymen.

Beeldvormende technieken spelen een centrale rol bij de diagnose. Een echografie van de buik is vaak de eerste stap. Een CT-scan