Oorzaken van pancreatitis
Medische disclaimer: de informatie op deze pagina is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen medisch advies. Neem bij klachten altijd contact op met je huisarts of specialist.
Pancreatitis kan verschillende oorzaken hebben. De twee belangrijkste zijn galstenen en overmatig alcoholgebruik. Samen zijn ze verantwoordelijk voor ongeveer 75-80% van alle gevallen. Het is belangrijk om de oorzaak te achterhalen, omdat dit de behandeling en preventie van herhaling bepaalt. In sommige gevallen blijft de oorzaak onbekend.
Galstenen
Galstenen zijn de belangrijkste oorzaak van acute pancreatitis. Ze veroorzaken ongeveer 40-50% van alle gevallen van acute pancreatitis.
Hoe veroorzaken galstenen pancreatitis?
De galblaas en de alvleesklier hebben een gemeenschappelijke uitgang in de twaalfvingerige darm. Dit heet de papil van Vater. Als een galsteen vanuit de galblaas door de galgang naar deze uitgang reist, kan de steen hier vastlopen.
Wanneer de steen de gemeenschappelijke uitgang blokkeert, kunnen de alvleeskliersappen niet meer weg. Ze hopen zich op in de alvleesklier. De druk in de gangen stijgt en de spijsverteringsenzymen worden te vroeg actief. Ze gaan het eigen alvleesklierweefsel afbreken, wat leidt tot een ontsteking.
Welke galstenen geven het grootste risico?
Niet alle galstenen veroorzaken pancreatitis:
- Kleine steentjes (minder dan 5 mm) - deze kunnen makkelijker door de galgang reizen en vastlopen bij de uitgang
- Grote stenen (meer dan 10 mm) - deze blijven meestal in de galblaas en veroorzaken zelden pancreatitis
- Galgruis - zeer kleine kristallen kunnen ook pancreatitis veroorzaken
Wie krijgt galstenen?
Bepaalde mensen hebben een verhoogd risico op galstenen:
- Vrouwen (vooral in de vruchtbare leeftijd)
- Overgewicht of obesitas
- Snelle gewichtsveranderingen
- Zwangerschap
- Leeftijd boven 40 jaar
- Familiegeschiedenis van galstenen
- Bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld de anticonceptiepil)
Preventie
Na een episode van acute pancreatitis door galstenen is het belangrijk om de galblaas te laten verwijderen. Dit voorkomt herhaling. Bij 30-60% van de mensen die de galblaas niet laten verwijderen, treedt opnieuw pancreatitis op.
GLP-1 medicijnen en de alvleesklier: Gebruikt u Ozempic, Wegovy of Mounjaro? Lees dan ook over GLP-1 medicijnen en pancreatitis.
Alcohol
Overmatig alcoholgebruik is de op één na belangrijkste oorzaak van acute pancreatitis (25-35% van de gevallen). Het is de belangrijkste oorzaak van chronische pancreatitis (70-80% van de gevallen).
Hoe veroorzaakt alcohol pancreatitis?
Alcohol beschadigt de alvleesklier op verschillende manieren:
- Het is direct giftig voor de alvleeskliercellen
- Het verhoogt de viscositeit (stroperigheid) van alvleeskliersappen
- Het veroorzaakt eiwitophopingen in de gangen
- Het activeert ontstekingscellen
- Het verhoogt de productie van spijsverteringsenzymen
- Het verstoort de afvoer van alvleeskliersappen
Hoeveel alcohol is gevaarlijk?
Er is geen veilige grens voor alcoholgebruik bij de alvleesklier. Het risico op pancreatitis neemt toe met de hoeveelheid en duur van alcoholgebruik:
- Acute pancreatitis - kan ontstaan na een enkele keer excessief drinken, maar meestal na jaren veel drinken
- Chronische pancreatitis - meestal na meer dan 5 jaar dagelijks 4-5 glazen of meer
Niet iedereen die veel drinkt krijgt pancreatitis. Genetische factoren en roken beïnvloeden het risico.
Verschil man-vrouw
Mannen krijgen vaker chronische pancreatitis door alcohol dan vrouwen. Vrouwen zijn echter gevoeliger voor de schadelijke effecten van alcohol. Ze ontwikkelen eerder alvleesklierprobleme bij lagere alcoholinname.
Herstel en prognose
Stoppen met alcohol is cruciaal:
- Bij acute pancreatitis: voorkomt herhaling en chronische pancreatitis
- Bij chronische pancreatitis: stopt verdere schade en kan pijn verminderen
- Doorgaan met drinken: slechte prognose, hoog risico op complicaties en vroege sterfte
Hoge triglyceriden (hypertriglyceridemie)
Zeer hoge triglyceriden (meer dan 11 mmol/L of 1000 mg/dL) kunnen acute pancreatitis veroorzaken. Dit is goed voor ongeveer 1-4% van de gevallen.
Hoe ontstaat het?
Bij extreme verhogingen van triglyceriden worden deze afgebroken tot vrije vetzuren. Deze vrije vetzuren zijn giftig voor de alvleesklier en veroorzaken een ontsteking. Ook kunnen ze de microcirculatie in de alvleesklier blokkeren.
Oorzaken van hoge triglyceriden
- Erfelijke aandoeningen van vetstofwisseling
- Onbehandelde diabetes
- Overgewicht en obesitas
- Overmatig alcoholgebruik
- Bepaalde medicijnen (thiazide diuretica, bètablokkers)
- Zwangerschap
Behandeling en preventie
Bij pancreatitis door hoge triglyceriden is behandeling belangrijk om herhaling te voorkomen:
- Medicatie om triglyceriden te verlagen (fibraten, omega-3 vetzuren)
- Vetarm dieet
- Afvallen bij overgewicht
- Geen alcohol
- Goede controle van diabetes
- Regelmatige controle van bloedwaarden
Medicijnen
Veel medicijnen kunnen als zeldzame bijwerking pancreatitis veroorzaken. Dit is goed voor ongeveer 0,1-2% van de gevallen.
Medicijnen die vaak pancreatitis veroorzaken
- Azathioprine - immuunremmend medicijn
- 6-mercaptopurine - bij onder andere de ziekte van Crohn
- Pentamidine - tegen parasitaire infecties
- Didanosine - HIV-medicijn
- Valproïnezuur - anti-epilepticum
- L-asparaginase - chemotherapie bij leukemie
Medicijnen die soms pancreatitis veroorzaken
- Thiazide diuretica (plasmiddelen)
- Furosemide (plasmiddel)
- Sulfonamide antibiotica
- Tetraclycine antibiotica
- Corticosteroïden (bijnierschorshormonen)
- Oestrogenen
- Mesalazine (bij colitis ulcerosa)
Herkenning
Pancreatitis door medicijnen ontstaat meestal kort na het starten van een nieuw medicijn (binnen enkele dagen tot weken). Als een medicijn de oorzaak lijkt, moet je het stoppen. Meestal herstelt de pancreatitis dan snel.
ERCP-procedure
ERCP (endoscopische retrograde cholangiopancreatografie) is een onderzoek waarbij de galgangen en alvleeskliergang worden bekeken en behandeld. Bij ongeveer 3-5% van de mensen ontstaat na ERCP pancreatitis als complicatie.
Waarom ontstaat het?
Tijdens ERCP wordt een kijkbuis via de mond naar de twaalfvingerige darm gebracht. Daar wordt de uitgang van de alvleesklier opgezocht en soms opgespoten met contrastvloeistof. Dit kan irritatie en zwelling veroorzaken, waardoor de afvoer van alvleeskliersappen wordt belemmerd.
Risicofactoren
- Jonge leeftijd
- Vrouwelijk geslacht
- Vermoeden van dysfunctie van de sfincter van Oddi
- Moeilijke procedure met veel manipulaties
- Voorgaande pancreatitis
Preventie
Medicijnen zoals NSAID's (diclofenac) gegeven voor de ERCP kunnen het risico op pancreatitis verminderen. Soms wordt een tijdelijk buisje (stent) in de alvleeskliergang geplaatst.
Trauma
Letsel aan de buik kan de alvleesklier beschadigen en pancreatitis veroorzaken. Dit kan gebeuren door:
- Stomp trauma - een slag, val of auto-ongeluk
- Buikoperaties - vooral operaties in de buurt van de alvleesklier
- Penetrerend trauma - steekwonden of schotwonden
De alvleesklier ligt achter in de buik tegen de wervelkolom. Bij een harde slag tegen de buik kan de alvleesklier tussen het trauma en de wervelkolom worden geplet. Dit veroorzaakt beschadiging en ontsteking.
Infecties
Sommige infecties kunnen de alvleesklier aantasten en pancreatitis veroorzaken:
Virale infecties
- Bof (parotitis) - vooral bij volwassenen
- Coxsackie B virus
- Hepatitis A, B en C
- HIV
- Cytomegalovirus (CMV) - vooral bij mensen met een verzwakt immuunsysteem
- Epstein-Barr virus (EBV)
Bacteriële infecties
- Mycoplasma pneumoniae
- Legionella
- Leptospirose
- Salmonella
Parasitaire infecties
- Ascaris (spoelwormen) - kunnen de alvleeskliergang blokkeren
- Toxoplasma
Anatomische afwijkingen
Aangeboren afwijkingen aan de alvleesklier of omliggende structuren kunnen pancreatitis veroorzaken:
Pancreas divisum
Dit is de meest voorkomende anatomische afwijking (bij ongeveer 5-10% van de bevolking). De alvleesklier heeft twee delen die normaal samenkomen, maar bij pancreas divisum blijven ze gescheiden. Dit kan leiden tot afvoerproblemen en pancreatitis.
Andere afwijkingen
- Pancreas annulare (ringvormige alvleesklier rond de twaalfvingerige darm)
- Choledochuscyste (aangeboren cyste van de galgang)
- Lange gemeenschappelijke gang (long common channel)
- Dysfunctie van de sfincter van Oddi
Erfelijke pancreatitis
Erfelijke pancreatitis is een zeldzame genetische aandoening waarbij terugkerende pancreatitis al op jonge leeftijd optreedt (meestal voor het 20e jaar).
Genetische oorzaken
- PRSS1 gen - mutaties leiden tot voortijdige activering van trypsine
- SPINK1 gen - verminderde remming van trypsine
- CFTR gen - mutaties (ook bij dragerschap van cystic fibrosis)
- CTRC gen - verminderde afbraak van trypsine
Kenmerken
- Begin op jonge leeftijd
- Terugkerende aanvallen
- Familiegeschiedenis van pancreatitis
- Hoog risico op chronische pancreatitis
- Verhoogd risico op alvleesklierkanker (tot 40% op 70-jarige leeftijd)
Belang van genetisch onderzoek
Bij vermoeden van erfelijke pancreatitis kan genetisch onderzoek nuttig zijn voor:
- Bevestiging van de diagnose
- Voorlichting over erfelijkheid
- Screening op alvleesklierkanker bij draagschap
- Onderzoek van familieleden
Auto-immuun pancreatitis
Bij auto-immuun pancreatitis valt het immuunsysteem de eigen alvleesklier aan. Dit is een zeldzame vorm die goed voor ongeveer 5% van de chronische pancreatitis zorgt.
Type 1 (IgG4-gerelateerd)
Dit type komt vaker voor bij oudere mannen en is vaak onderdeel van een systemische ziekte. Het kan ook andere organen aantasten (galwegen, nieren, speekselklieren).
Type 2
Dit type komt op jongere leeftijd voor en is beperkt tot de alvleesklier. Het wordt soms geassocieerd met inflammatoire darmziekten.
Behandeling
Auto-immuun pancreatitis reageert meestal goed op behandeling met corticosteroïden (prednison). Dit onderscheidt het van andere vormen van chronische pancreatitis.
Andere oorzaken
Hypercalciëmie (hoog calcium)
Zeer hoge calciumwaarden in het bloed kunnen pancreatitis veroorzaken. Oorzaken van hypercalciëmie zijn:
- Hyperparathyreoïdie (overactieve bijschildklieren)
- Bepaalde vormen van kanker
- Overmatige inname van vitamine D
Tumoren
Tumoren in of rond de alvleesklier kunnen de afvoer blokkeren en pancreatitis veroorzaken:
- Alvleesklierkanker
- IPMN (intradoctale papillaire mucineuze neoplasie)
- Neuro-endocriene tumoren
Zwangerschap
Pancreatitis komt zelden voor tijdens zwangerschap (1 op 3000 zwangerschappen). De oorzaken zijn meestal galstenen of hoge triglyceriden.
Idiopathische pancreatitis
Bij ongeveer 15-25% van de gevallen van acute pancreatitis blijft de oorzaak onbekend. Dit heet idiopathische pancreatitis. Soms wordt bij verder onderzoek toch nog een oorzaak gevonden, zoals:
- Galsteentjes (microlitiase) die te klein zijn om op echo te zien
- Dysfunctie van de sfincter van Oddi
- Genetische mutaties
- Anatomische afwijkingen
Bij terugkerende idiopathische pancreatitis is aanvullend onderzoek zinvol, zoals endoscopische echo of genetisch onderzoek.
Samenvatting
De oorzaken van pancreatitis zijn divers. De belangrijkste zijn:
- Galstenen (40-50% van acute pancreatitis)
- Alcohol (25-35% van acute, 70-80% van chronische pancreatitis)
- Hoge triglyceriden (1-4%)
- Medicijnen (0,1-2%)
- ERCP (3-5% post-procedureel)
- Andere oorzaken (10-15%)
- Onbekend (15-25%)
Het is belangrijk om de oorzaak te achterhalen, omdat dit de behandeling en preventie van herhaling bepaalt.
Gerelateerde onderwerpen
Bronnen
- Yadav D, Lowenfels AB. The epidemiology of pancreatitis and pancreatic cancer. Gastroenterology. 2013
- Working Group IAP/APA Acute Pancreatitis Guidelines. IAP/APA evidence-based guidelines for the management of acute pancreatitis. Pancreatology. 2013
- Forsmark CE, et al. Acute Pancreatitis. New England Journal of Medicine. 2016
- Whitcomb DC. Genetic risk factors for pancreatic disorders. Gastroenterology. 2013
- Lankisch PG, et al. Acute pancreatitis. Lancet. 2015
- Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen - Richtlijn Acute Pancreatitis
Laatst bijgewerkt: