Bloedonderzoek bij alvleesklieraandoeningen

Medische disclaimer: de informatie op deze pagina is uitsluitend bedoeld als algemene voorlichting. Het vervangt op geen enkele wijze het advies van een arts of andere gekwalificeerde zorgverlener. Raadpleeg bij gezondheidsklachten altijd een medisch professional.

Bloedonderzoek is vaak de eerste stap bij het onderzoeken van alvleesklieraandoeningen. Met een simpele bloedprik kan je arts al veel informatie krijgen over de werking van je alvleesklier. Op deze pagina lees je welke bloedwaarden belangrijk zijn, wat afwijkingen betekenen en hoe je je voorbereidt.

Waarom bloedonderzoek?

De alvleesklier produceert verschillende stoffen die in je bloed terechtkomen. Wanneer de alvleesklier beschadigd is of niet goed werkt, veranderen bepaalde waarden in je bloed. Bloedonderzoek kan helpen om:

  • Een acute pancreatitis te diagnosticeren
  • De ernst van een ontsteking in te schatten
  • Complicaties vroegtijdig op te sporen
  • De werking van lever en nieren te controleren
  • Bloedsuikerregulatie te beoordelen
  • De voortgang van een behandeling te volgen

Bloedonderzoek alleen is zelden voldoende voor een definitieve diagnose. Het geeft wel belangrijke aanwijzingen en helpt je arts beslissen welk vervolgonderzoek nodig is.

Alvleeskliereenenzymen: amylase en lipase

De belangrijkste bloedwaarden bij vermoeden van een alvleesklieraandoening zijn amylase en lipase. Dit zijn enzymen die de alvleesklier normaal produceert voor de spijsvertering.

Amylase

Amylase helpt bij het verteren van zetmeel en koolhydraten. Bij schade aan de alvleesklier komt dit enzym in grotere hoeveelheden in het bloed terecht. Een verhoogd amylase kan wijzen op:

  • Acute pancreatitis
  • Chronische pancreatitis tijdens een aanval
  • Alvleesklierkanker (soms)
  • Verstopte alvleeskliergang

Let op: amylase kan ook verhoogd zijn bij andere aandoeningen, zoals:

  • Speekselklierontsteking
  • Maagproblemen
  • Darmaandoeningen
  • Nierproblemen

Bij een acute pancreatitis stijgt het amylase meestal binnen 2-12 uur en normaliseert weer na 3-5 dagen, zelfs als de ontsteking nog niet is genezen.

Lipase

Lipase is een enzym dat vet verteert. Het is specifieker voor de alvleesklier dan amylase. Een verhoogd lipase wijst sterker op een alvleesklierprobleem. Bij acute pancreatitis:

  • Stijgt lipase meestal hoger dan amylase
  • Blijft lipase langer verhoogd (tot 8-14 dagen)
  • Is lipase betrouwbaarder voor de diagnose

Een lipase dat meer dan 3 keer boven de normale waarde ligt, is sterk verdacht voor acute pancreatitis. Hoe hoger de waarde, hoe waarschijnlijker de diagnose. Toch zegt de hoogte van de waarde niet altijd iets over de ernst van de pancreatitis.

Leverenzymen

Je arts controleert ook vaak leverwaarden, omdat de lever en alvleesklier nauw met elkaar verbonden zijn via de galwegen. Belangrijke leverwaarden zijn:

ALAT en ASAT

Dit zijn levertransaminasen. Ze kunnen verhoogd zijn bij:

  • Galstenen die een pancreatitis veroorzaken
  • Verstopte galwegen door een tumor
  • Leverontsteking naast een alvleesklieraandoening

Alkalisch fosfatase (AF) en gamma-GT

Deze waarden kunnen verhoogd zijn bij galstuwing. Als deze waarden samen met hoog lipase voorkomen, kan dat wijzen op een galsteenpancreatitis. Dit is belangrijk om te weten, want dan kan een ERCP nodig zijn om de galstenen te verwijderen.

Bilirubine

Bilirubine is een afbraakproduct van rode bloedcellen. Bij een verstopte galweg kan bilirubine opstapelen, wat geelzucht veroorzaakt. Een verhoogd bilirubine samen met alvleesklierenzymes kan wijzen op:

  • Galsteenpancreatitis
  • Tumor in de kop van de alvleesklier die de galweg afknelt
  • Zwelling van de alvleesklier die op de galweg drukt

Ontstekingswaarden

Bij een acute pancreatitis is er sprake van een ontstekingsreactie in je lichaam. Verschillende bloedwaarden kunnen dit laten zien:

CRP (C-reactief proteïne)

CRP is een algemene ontstekingsmarker. Bij acute pancreatitis stijgt het CRP meestal pas na 24-48 uur. Een hoog CRP (>150 mg/L) kan wijzen op een ernstiger beloop. Het CRP kan ook helpen bij het opsporen van complicaties zoals geïnfecteerde necrose.

Witte bloedcellen (leukocyten)

Het aantal witte bloedcellen stijgt vaak bij acute pancreatitis. Een zeer hoog aantal kan wijzen op een ernstige ontsteking of infectie. Ook kan het helpen onderscheiden tussen verschillende oorzaken van buikpijn.

Overige belangrijke waarden

Glucose (bloedsuiker)

De alvleesklier produceert insuline en glucagon, hormonen die je bloedsuiker regelen. Bij alvleesklieraandoeningen kan de bloedsuikerregulatie verstoord raken:

  • Bij acute pancreatitis kan de bloedsuiker tijdelijk verhoogd zijn
  • Bij chronische pancreatitis kan diabetes type 3c ontstaan
  • Bij verwijdering van (een deel van) de alvleesklier is insulinebehandeling soms nodig

Je arts kan ook HbA1c meten. Dit geeft een gemiddelde van je bloedsuiker over de afgelopen 2-3 maanden.

Calcium

Een laag calciumgehalte in het bloed kan optreden bij ernstige acute pancreatitis. Dit komt doordat calcium in het ontstoken alvleesklierweefsel neerslaat. Een laag calcium is een teken van een ernstig beloop en vraagt om extra monitoring.

Nierfunctie (creatinine en ureum)

Bij ernstige pancreatitis kan uitdroging optreden of kunnen de nieren worden aangetast. Je arts controleert de nierfunctie om dit tijdig op te sporen en te behandelen met vocht via een infuus.

CA 19-9 tumormarker

CA 19-9 is een stof die verhoogd kan zijn bij alvleesklierkanker. Het is echter niet specifiek genoeg om te gebruiken voor screening. CA 19-9 kan ook verhoogd zijn bij:

  • Pancreatitis
  • Galstenen
  • Leveraandoeningen
  • Andere vormen van kanker

Bij bekende alvleesklierkanker kan CA 19-9 wel gebruikt worden om de behandeling te volgen en terugkeer van de ziekte op te sporen.

Voorbereiding op bloedonderzoek

Voor de meeste bloedtests voor alvleesklieraandoeningen hoef je niet nuchter te zijn. Toch vraagt je arts soms om nuchter bloed te prikken, vooral als er ook andere waarden worden bepaald. Enkele tips:

  • Nuchter of niet? - Vraag dit altijd van tevoren aan je arts of de prikpost. Voor glucose en sommige vetwaarden moet je nuchter zijn.
  • Medicijnen - Vertel welke medicijnen je gebruikt. Sommige kunnen bloedwaarden beïnvloeden. Stop niet zomaar met medicijnen zonder overleg.
  • Tijdstip - Probeer rond dezelfde tijd bloed te laten prikken als eerdere controles. Sommige waarden schommelen gedurende de dag.
  • Vocht - Drink voldoende water vooraf. Dit maakt de bloedprik makkelijker.

Uitslagen begrijpen

Je krijgt je bloeduitslag meestal binnen een paar dagen. Op de uitslag staan je waarden met daarbij referentiewaarden. Enkele belangrijke punten:

  • Referentiewaarden kunnen verschillen - Verschillende laboratoria gebruiken soms net andere referentiewaarden.
  • Context is belangrijk - Een afwijkende waarde betekent niet automatisch dat er iets ernstig aan de hand is. Je arts bekijkt de waarden samen met je klachten en andere onderzoeken.
  • Trends zijn belangrijker dan losse waarden - Als je vaker bloed laat prikken, kijkt je arts ook naar hoe waarden veranderen over tijd.
  • Niet alle afwijkingen komen door de alvleesklier - Sommige waarden kunnen ook door andere aandoeningen of medicijnen afwijken.

Twijfel je over je uitslag? Bespreek dit altijd met je arts. Probeer niet zelf diagnoses te stellen op basis van bloedwaarden.

Wanneer is vervolgonderzoek nodig?

Bloedonderzoek geeft niet altijd een volledig beeld. Je arts kan aanvullend onderzoek voorstellen:

  • Bij verhoogd lipase/amylase - Meestal volgt een echografie of CT-scan om de alvleesklier en galwegen te bekijken.
  • Bij vermoeden van galstenen - Mogelijk een ERCP om galstenen te verwijderen.
  • Bij vermoeden van tumor - Vaak een MRI, endo-echografie of biopsie.
  • Bij afwijkende bloedsuiker - Verdere tests voor diabetes, mogelijk doorverwijzing naar internist.

Conclusie

Bloedonderzoek is een waardevolle eerste stap bij het onderzoeken van alvleesklieraandoeningen. Het is eenvoudig, veilig en geeft snel informatie. Belangrijke waarden zijn lipase en amylase voor alvleesklierontsteking, leverenzymen voor galwegproblemen, en glucose voor bloedsuikerregulatie. Vergeet niet dat bloedonderzoek zelden op zichzelf staat. Je arts combineert de uitslagen met je klachten, lichamelijk onderzoek en vaak ook beeldvormend onderzoek om tot een goede diagnose en behandeling te komen.

Gerelateerde pagina's

Bronnen

  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC)
  • Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL) - Richtlijn acute pancreatitis
  • UpToDate - Diagnosis of acute pancreatitis
  • American Gastroenterological Association - Laboratory assessment of pancreatic disease

Laatst bijgewerkt: